De doelstelling van Festival Mundial is,
het publiek kennis laten nemen, beleven, waarderen en respecteren van andere culturen in relatie tot de eigen multiculturele samenleving, alsmede het
verlenen van steun aan internationale samenwerking. De MundialReismarkt was
één van de attracties tijdens 10 jaar Festival Mundial, waarbij op een
speciaal reisplein vragen gesteld konden worden over andere culturen, zodat
het kan worden gezien als instrument van het festival om mensen met een
verschillende culturele achtergrond dichter bij elkaar te brengen.
‘Ideeën over allochtonen veroorzaken
tweedeling' luidt een
kop uit de Volkskrant. Het is geen verrassende kop,
want er bestaan soms cultuurgerelateerde spanningen tussen groepen en dit
wordt weergeven in het jaarlijkse trendrapport – waar dit artikel uit
voortkomt – van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Wanneer gesproken wordt
over culturen en een tweedeling in de samenleving dan is acculturatie
een belangrijk begrip dat ingaat op verschijnselen die zich voordoen wanneer
verschillende groepen met verschillende culturele achtergronden in direct
contact met elkaar komen. Het gevolg hiervan is een verandering in de cultuur
van één van beide groepen of de culturen van beide groepen (Herskovits e.a.
1936). De resultaten van het proces van acculturatie kunnen verschillen:
* Acceptatie: de cultuur van de andere
groep wordt overgenomen.
* Adaptie: cultuurelementen uit beide
culturen vormen een nieuw geheel.
* Reactie: een culturele groep verzet zich
tegen het overnemen van vreemde cultuurelementen.
De meest bondige en bekende formulering,
die ingaat op de wijze waarop het proces van acculturatie kan leiden tot
acceptatie, adaptie dan wel tot reactie is de contacthypothese. Deze
dateert uit 1951 en is van de socioloog Homans:
“Wanneer de frequentie van interactie tussen twee personen toeneemt, zal ook
de mate waarin ze elkaar aardig vinden toenemen en omgekeerd”.
Critici, zowel van
binnen als buiten deze traditie, komen met de vraag hoe het komt dat omgang
met elkaar soms wel en soms niet tot positieve waardering tussen de betrokken
partijen leidt?
Het antwoord op deze vraag is dat
contact niet het positieve effect zal hebben als het oppervlakkig is en
volgens vast omschreven patronen verloopt.
Alleen contact dat vertrouwelijk is en open communicatie toelaat zal in
staat zijn negatieve en stereotype beeldvorming te doorbreken. Mede daarom
verdienen de omstandigheden waaronder sociaal contact plaatsvindt aandacht.
Zeker wanneer beseft wordt dat toenadering het meest waarschijnlijk is
indien beide partijen een gelijke status hebben: de ‘equal status hypothese’.
Daarnaast leveren gemeenschappelijke belangen die de tegenstelling
overtreffen (‘superordinate goals’) ook een bijdrage. De derde factor die de
relaties in positieve zin kan beïnvloeden wordt wel aangeduid met de term
‘institutionele ondersteuning’. Het gaat hierbij om de positieve
ondersteuning door wetgeving of door personen en instellingen in de omgeving
van de betrokken partijen.
Festival Mundial kan worden gezien
als een evenement, waarbij door institutionele ondersteuning een bijdrage
wordt geleverd aan het respectvol met elkaar omgaan in de multiculturele
samenleving. Hiertoe wordt door de organisatie gezorgd voor een
gemeenschappelijk belang - een cultuurfeest - waarbij vertrouwelijk contact
mogelijk is en waarbij de statusverschillen gering zijn.
Om aan de ambitie van dit
afstudeerwerkstuk te kunnen beantwoorden, en te laten zien dat
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlanders wel degelijk een eenheid
kunnen vormen, is na het lezen van de informatie over acculturatieprocessen
de gedachte opgekomen, dat het ‘gemeenschappelijk belang van buitenlandse cultuur’ een
voorbeeld zou kunnen aanreiken om weerstand te bieden aan het idee van
tweedeling in de samenleving. Immers binnen de twee groepen, hebben zowel
Nederlandse vakantiegangers als buitenlanders die in Nederland wonen
belangstelling voor buitenlandse cultuur. Een gemeenschappelijk belang dat
tegenstellingen overtreft, waardoor verondersteld mag worden dat bij sociaal
contact eerder positieve waardering voor elkaar ontstaat en beide groepen
elkaar opzoeken om informatie uit te wisselen over buitenlandse cultuur.
De relatie tussen Festival Mundial en
dit afstudeeronderzoek is, dat door het festival het praktijkgedeelte van het
afstudeerwerkstuk kon worden verzorgd.
De MundialReismarkt kan in dienst van dit onderzoek worden bestempeld als een
laboratorium om aan de hand van de praktijk te kunnen waarnemen of
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers elkaar
beïnvloeden in de omgang met buitenlandse cultuur en of zij kennis hierover
uitwisselen. Wordt op het reisplein van Festival Mundial, kennis en kunde over
buitenlandse cultuur uitgewisseld? Geeft dit aanleiding tot het herkennen van een trend, waardoor binnenkort een artikel
in de krant verschijnt met als kop:
‘Nederlanders en allochtonen houden van elkaar en buitenlandse cultuur’.
In de scriptie wordt gesproken over
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers. Uit
gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt, dat één op de
tien Nederlanders wortels heeft in een ander land. De definitie spreekt over
buitenlanders als tenminste een ouder van buitenlandse komaf is. In de vier
grootste steden is één op de drie Nederlanders van allochtone afkomst en op
lagere scholen is deze verhouding ongeveer in evenwicht.
Uit gegevens van het
Continue Vakantieonderzoek blijkt dat van alle Nederlanders 70 procent op
vakantie gaat, waarvan de helft naar het buitenland.
Beide groepen worden in relatie tot
elkaar gebracht via het gezamenlijk belang van buitenlandse cultuur.
Onderzocht wordt of hierbij kennis over buitenlandse cultuur wordt
uitgewisseld. Buitenlandse cultuur is niet een attractie voor ‘alle’
Nederlandse vakantiegangers of ‘alle’ buitenlanders die in Nederland wonen.
Uit de brochure van de Vakantiebeurs 1997 valt bijvoorbeeld op te maken dat
ruim 20 procent vooral om die reden naar het buitenland reist. Maar toch,
buitenlanders in Nederland, vakantiegangers en buitenlandse cultuur, dit zijn
begrippen die als een vanzelfsprekendheid combineren. Na literatuurstudie en
het eerste deel van de case-studie – hoofdstuk drie – wordt geëvalueerd of het
in het kader van dit onderzoek te verantwoorden is, dat het belang van
buitenlandse cultuur met beide groepen in verband wordt gebracht.
1.1 De probleemstelling
Indien de aandacht van de Nederlandse
vakantiegangers voor cultuur in het buitenland wordt gekoppeld aan de
aandacht voor de oorspronkelijke cultuur (de buitenlandse cultuur) van
buitenlanders die in Nederland wonen dan kan worden verondersteld, dat de
gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur de beide groepen binnen de
Nederlandse multiculturele samenleving dichter bij elkaar brengt.
Teneinde het geschetste vraagstuk
exploratief te benaderen is de volgende probleemstelling opgesteld:
In hoeverre is het gemeenschappelijk
belang van buitenlandse cultuur voor Nederlandse vakantiegangers en
buitenlanders die in Nederland wonen - dat zich bij de vakantiegangers uit in
de interesse voor cultuur in het buitenland en bij buitenlanders in Nederland in de
interesse voor de oorspronkelijke cultuur - een conditie voor
toenadering tussen beide groepen.
De structuratietheorie van Anthony
Giddens[6]:
vormt de inspiratie van de wijze waarop de
probleemstelling is geformuleerd. In de probleemstelling is ‘
buitenlandse cultuur’ de spil waar alles om draait, ofwel het medium voor het
reproduceren van de groepsgebonden praktijk, alsmede de te bestuderen conditie
voor interactie. Om uitspraken over
wisselwerking van kennis en kunde tussen beide groepen te kunnen doen, zijn allereerst twee onderzoeksvragen geformuleerd, die worden
onderzocht middels literatuurstudie:
I. Wat
houdt buitenlandse cultuur op vakantie in voor de Nederlandse vakantiegangers?
II. Wat
houdt oorspronkelijke cultuur in voor de buitenlanders die in Nederland wonen?
Deze deelvragen komen aan bod in het
tweede hoofdstuk.

Figuur 1: de
probleemstelling in beeld.
De figuur toont het medium ‘buitenlandse
cultuur’ in het centrum. Meteen is een lineair verband waarneembaar, waarbij
beide groepen in hun omgang met buitenlandse cultuur geen contact met elkaar
hebben, zodat reproductie plaatsvindt van twee verschillende groepsgebonden
praktijken. Het medium heeft in dit geheel echter dezelfde eigenschappen als
een glazen ruit in het donker: waarin iemand zichzelf terugziet in het
raamglas, of de lampjes van de stad op de achtergrond, of zichzelf met
daarachter de lampjes van de stad. Anthony Giddens geeft ruimte aan dit soort
denken, waarbij het mogelijk is zowel bedoeld als onbedoeld ook ‘andere’
praktijken te beïnvloeden. Naast de lineaire relatie is een aanvullend beeld
te herkennen in de figuur, waarbij buitenlanders die in Nederland wonen en
Nederlandse vakantiegangers tot interactie komen en hierbij kennis over
buitenlandse cultuur uitwisselen.
De literatuurstudie geeft inzicht in wat
de belangstelling wekt op het gebied van buitenlandse cultuur bij Nederlandse vakantiegangers; en wat buitenlanders die in Nederland wonen zoeken in het
contact met de oorspronkelijk cultuur. De praktijkstudie dient de
ontdekkingstocht naar de mate van interactie: herkennen beide groepen de
gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur bij elkaar, en komen ze
hierdoor samen voor het uitwisselen van kennis en kunde over buitenlandse
cultuur?
De case-studie: vragen aan de
participanten van de MundialReismarkt
Via het contact met de respondenten
worden volgende onderzoeksvragen behandeld, met allereerst inleidende vragen
naar:
- de realisatie van de doelstellingen van
Festival Mundial en de MundialReismarkt;
- het hierdoor ontstane contact met de
respondenten en hun hoedanigheid als cultuur- en vakantieexperts;
- de objectiviteit van de
interviewer-onderzoeker;
- het belang van buitenlandse cultuur
voor buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers.
Vragen naar aanleiding van de culturele
help-desk functie van de MundialReismarkt:
- worden buitenlanders die in Nederland
wonen beïnvloed door de interesse voor buitenlandse cultuur van de Nederlandse
vakantiegangers;
- worden Nederlandse vakantiegangers beïnvloed door de interesse voor buitenlandse cultuur van de buitenlanders die in
Nederland wonen?
Op basis van ervaringen van de
respondenten, in de kunstmatige omgeving van de MundialReismarkt, kunnen
eerste exploratieve uitspraken worden gedaan over de interactie tussen
Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland wonen.
Teneinde de ontstane visie over interactie tussen beide groepen te concretiseren - en te veralgemeniseren naar de Nederlandse multiculturele
samenleving - wordt met de respondenten besproken of de veronderstelde
toenadering, op basis van gezamenlijke interesse voor
buitenlandse cultuur, tot direct sociaal contact leidt:
- In hoeverre is de interesse voor
buitenlandse cultuur een conditie voor direct sociaal contact tussen buitenlanders die in
Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers, waarbij kennis over buitenlandse cultuur wordt
uitgewisseld?
De antwoorden op de onderzoeksvragen
behorende bij de case-studie worden beschreven in de hoofdstukken drie tot en
met vijf. In hoofdstuk zes wordt geconcludeerd of er inderdaad aanwijzingen
bestaan dat beide groepen de interesse voor buitenlandse cultuur bij elkaar
herkennen en of zij kennis over buitenlandse cultuur ook uitwisselen. Indien
Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland wonen op basis
van hun gezamenlijke interesse contact met elkaar hebben, dan kunnen er -
zoals in de inleiding van dit hoofdstuk besproken - diverse gevolgen zijn. De
omgang van de ene groep met buitenlandse cultuur wordt overgenomen door de
ander (acceptatie); er ontstaat een nieuw geheel (adaptie) of de groepen
zetten zich tegen elkaar af (reactie). Op lange termijn leidt dit samenleven
tot ‘progressive
adjustment’ of ‘stabilized pluralism’. Progressive adjustment duidt op een
fusie tussen culturen of op assimilatie van cultuurelementen uit de
verschillende culturen. Bij stabilized pluralism zullen de verschillende
culturen hun autonomiteit gedeeltelijk behouden.
De MundialReismarkt vormde in 1997 één
van de nieuwe attracties van Festival Mundial. De relatie tussen buitenlanders
die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers wordt besproken met
cultuur- en vakantiedeskundigen, die aanwezig waren op deze reismarkt. Zij
vormen het klankbord voor de theorie, maar eerst moest er dus het een en ander
georganiseerd worden om op zondag 15 juni 1997 goed voor de dag te komen. De
volgende paragraaf gaat in op het creëren van de kunstmatige omgeving in
dienst van de case-studie. Op deze plaats zouden de buitenlanders die in
Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers immers elkaar ontmoeten en van
dichtbij geobserveerd kunnen worden. Daarnaast moest de organisatie van de
MundialReismarkt er ook toe leiden dat de informatiewinning kon plaatsvinden via de
standhouders: de cultuur- en vakantiedeskundigen van
de case-studie.
1.2 Festival Mundial en de MundialReismarkt
Wat 10 jaar geleden als een
internationaal samenwerkingsfeestje begon onder de naam ‘Derde Wereld
Festival’ is in de loop der jaren uitgegroeid tot één van de grootste
festivals van Nederland. Het unieke wordt aangeleverd door de infotainment
formule, waarin informatie en entertainment wordt gecombineerd. Voor de
organisatie staat het respect en de waardering voor andere culturen centraal.
Festival Mundial werpt zich op als een platform om alle organisaties, die zich
met internationale samenwerking en de multiculturele samenleving bezighouden,
van een mooi plekje op het festivalterrein te voorzien. Daarnaast zijn er
eigen initiatieven, zoals het contact met het Afrikaanse land Burkina Faso. In
1997
was naast la Troupe Saaba - al voor het derde jaar op het festival - ook de
groep ‘Djiguiya’ uitgenodigd om op tournee te komen. Zij traden een maand lang
op en werkten onder andere mee aan KinderMundial, ‘Mundial in de klas’ en aan
kleinere evenementen van Mundial op Bosvreugd (Bosvreugd is een prachtige
uitspanning aan de rand van de stad Tilburg met speelweide en podia.).
Tijdens de editie van
1997 bezochten 110.000 bezoekers de slotmanifestatie van het festival in
het Tilburgse Leijpark. De slogan luidde: 10 jaar Festival Mundial, hét
cultuurfeest met muziek en informatie van wereldformaat!
1.2.1 Voorbereiding MundialReismarkt
Door een brief, waarin de relatie tussen
de vakantiepraktijk en de multiculturele samenleving werd gelegd, zijn in
oktober
1996 met festivaldirecteur Hans van Vugt mogelijkheden voor samenwerking
doorgesproken. Bij aanvang van de werkzaamheden in februari 1997 bleken er
contacten met de reiswereld aanwezig te zijn. Collega Hans van Bakel had in
1996 ongeveer een zevental organisaties weten te contracteren, maar er was
er nog geen sprake van een apart reisplein. Het publieksonderzoek, dat
Festival Mundial jaarlijks laat uitvoeren, had in het verleden al
uitgewezen dat de bezoekers veel interesse hebben voor andere culturen en
reizen.
Vanuit de filosofie van Festival Mundial
bezien is het logisch om ‘verantwoord toerisme’ als thema voor de
MundialReismarkt te kiezen. Eerlijk gezegd twijfelde ik - als organisator –
aanvankelijk of dit wel de meest vruchtbare weg zou zijn, want het festival
had ook belang bij meer financiële inkomsten om de toekomst van het festival
veilig te stellen. De reden voor die terughoudendheid was, dat ik voor mijn
afstuderen aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer in 1992 de
afstudeerscriptie had geschreven over milieugerichte initiatieven van de
grootste Nederlandse reisorganisatoren. De winstmarges bleken zelfs bij hen
te gering om, ondanks goede bedoelingen, veel milieugerichte initiatieven te
ontplooien. Het selecteren van kleinere organisaties die zich profileren op
het gebied van verantwoord toerisme leek mij daarom niet erg lucratief. Na
wat telefoneren met grote reisorganisatoren bleek echter dat zij op Festival
Mundial niet verwachtten hun doelgroep, maar de kritische consument te
treffen. “Het heeft voor ons weinig zin om te participeren”, hoorde ik toen.
Geconcludeerd is mede daarom, dat dit jaar de organisaties het best konden
worden aangetrokken met de attractie van Festival Mundial, het belang van
‘verantwoord toerisme’ en de reislustige kritische festivalbezoekers, die
geïnteresseerd zijn in andere culturen.
Om tot een selectie te komen van de
organisaties die aangeschreven konden worden is geput uit:
* bestaande contacten van Hans van Bakel
met de reiswereld uit voorgaande edities van Festival Mundial;
* de lijst met participanten aan de
Vakantiebeurs 1997 in Utrecht: specialisten op het gebied van verantwoord toerisme, verre
reizen en Nationale Verkeersbureaus. Het bijkomend voordeel hierbij was, dat
geacht kon worden dat de
organisaties die aan de Vakantiebeurs meededen ervaring hebben met het
presenteren van hun activiteiten;
* een lijst met ambassades in Nederland en
België, die verstrekt is door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Bijna alle ambassades in Nederland en België zijn aangeschreven.
Ongeveer 250
organisaties kregen de wervende brief - zie bijlage I - half maart in de
brievenbus.
De doelstelling van de MundialReismarkt
is tweeledig. Allereerst kon hiermee - vanuit het festival bezien - een beroep
worden gedaan op vakantiegangers om te kiezen voor een verantwoorde manier van
reizen, waarbij nadruk wordt gelegd op respectvolle omgang met de lokale
bevolking en hun cultuur. Daarnaast is het doel van de MundialReismarkt -
vanuit dit onderzoek bezien - om samen met de deskundigen die tijdens de
reismarkt aanwezig waren, de interactie tussen buitenlanders die in
Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers te bespreken.
Tijdens de MundialReismarkt is de
presentatie verzorgd door 18 organisaties:
2 promotie op
nationaal niveau;
4 informatie
verantwoord toerisme;
2 organisaties met
verantwoord toerisme als uitgangspunt voor de te organiseren reizen;
10 commerciële
reisorganisatoren, die betrokken zijn bij de discussie over
verantwoord
reizen en op wereldwijde schaal reizen organiseren.
1.2.2
De slotmanifestatie van Festival Mundial op zondag 15 juni 1997
Een sfeerverslag met
krantenartikelen over Festival Mundial 1997 staan in de bijlagen II, onder
deze alinea. Hierbij
alvast een citaat uit het Brabants Dagblad van maandag 16 juni: ‘Het Tilburgse
Leijpark was al snel bomvol en ieder hoekje, of het nu het hoofdpodium, het
kinderdorp of de MundialReismarkt was, kreeg zijn eigen publiek’. In Dagblad
de Limburger van vrijdag 20 juni verscheen een artikel over verantwoord
toerisme: ‘Op de MundialReismarkt, tijdens Festival Mundial in Tilburg,
presenteerden afgelopen zondag ongeveer 15 clubs zich onder dezelfde noemer’.
Bijlage II-1
- Bijlage II-2 -
Bijlage II-3 (opent in een
nieuw venster)
1.2.3 Evaluatie van de MundialReismarkt
De evaluatie van Festival Mundial - en
de MundialReismarkt als instrument voor de case-studie - wordt beschreven in
hoofdstuk drie.
1.3 Onderzoek
en werkwijze
Het onderzoek bestaat uit drie delen: de
literatuurstudie, de case-studie met interviews onder de participanten aan de
MundialReismarkt en de analyse van de verkregen informatie met betrekking tot
de probleemstelling.
In hoofdstuk twee, en ook in dit eerste
hoofdstuk, is informatie verwerkt die afkomstig is uit de literatuurstudie,
die dient om het onderzoek van theoretische achtergrond te voorzien. Hiermee
was al begonnen voordat de organisatie van de reismarkt plaatsvond om de 18
deelnemers tijdig te kunnen confronteren met het wetenschappelijke aspect van
de MundialReismarkt.
Zover te achterhalen is geweest, is nog
nooit onderzoek gedaan naar de vraag of Nederlandse vakantiegangers en
Buitenlanders die in Nederland wonen tot interactie komen op basis van hun
gezamenlijke belangstelling voor buitenlandse cultuur. Vandaar dat is gekozen
voor kwalitatief onderzoek met interviews onder de participanten aan de
MundialReismarkt. Kwantitatief, statistisch onderzoek tijdens de festivaldag
had als risico dat het weinigzeggend zou zijn geweest, omdat het
onderzoeksterrein nog onvoldoende afgebakend was. Deze studie heeft dan ook
een exploratief karakter en dient te worden gezien als een stap om
onderzoeksterrein – interactie tussen groepen binnen de multiculturele
samenleving op basis van overeenkomsten in interesse – te verkennen.
Teneinde concreet in te kunnen gaan op
de vraag of tijdens de MundialReismarkt, buitenlanders die in Nederland wonen
en Nederlandse vakantiegangers kennis en kunde over buitenlandse cultuur
uitwisselden, is naar antwoord gezocht bij de participanten van de
MundialReismarkt. Zij waren die festivaldag immers betrokken bij het contact
tussen beide groepen. Daarnaast wordt geacht dat de deelnemers aan de
MundialReismarkt – in het kader van dit kwalitatieve onderzoek – over de
gezochte cultuur- en vakantieexpertise beschikken.
1.3.1 De literatuurstudie
Alvorens de probleemstelling te kunnen
verwoorden is beroep gedaan op literatuur afkomstig uit de
universiteitsbibliotheek, zodat meer te weten is gekomen over verschijnselen
die zich voordoen wanneer verschillende groepen met diverse culturele
achtergronden in contact met elkaar komen. Hierbij is ook gezocht naar
literatuur over het effect van culturele ontmoetingen en naar antwoorden op
de vraag wanneer positieve waardering voor elkaar ontstaat.
Met betrekking tot de deelvragen uit
paragraaf 1.1 is gebruik gemaakt van diverse informatiekanalen. De
omvangrijkste informatiebron is de samengestelde literatuur behorend bij het
moduul ‘Reizen in de Moderniteit’. Daarnaast is literatuur van andere modulen
van de studie Vrijetijdwetenschappen aangesproken en aangevuld met meer
praktische informatie van de Nationale Hogeschool voor Toerisme en
Verkeer in Breda. De ingang op literatuurgebied naar de betekenis van cultuur
voor vakanties is dus voornamelijk aangereikt via de vrijetijdsopleiding(en).
De bibliotheek van de universiteit in Tilburg is intensief bezocht om
inzicht te krijgen in vraagstukken die betrekking hebben op de buitenlandse
cultuur in Nederland. Voorts werden in de tijd van deskresearch dagbladen en
televisieprogramma’s tegen het licht gehouden en in relatie gebracht met de door de
literatuurstudie opgedane kennis om een theoretisch, maar ook actueel beeld te
geven van de omgang met buitenlandse cultuur door beide groepen.
1.3.2 Het kwalitatieve onderzoeksgedeelte
Begin juli is begonnen met het maken van
afspraken met de standhouders op de MundialReismarkt, want de 15e
juni van Festival Mundial lag toen nog vers in het geheugen. De
onderzoekspopulatie bedroeg dertien van de achttien. Drie commerciële reisorganisatoren deden
niet mee aan het onderzoek, evenals één nationaal verkeersbureau en één
organisatie die informeert over verantwoord toerisme. In
bijlage III staat
vermeld, welke respondenten deelnamen aan dit onderzoek en welke niet. Ook de
tijdstippen van de interviews zijn genoteerd.
1.3.2.1 De respondenten: cultuur- en
vakantieexperts
Het literatuuronderzoek had al
behoorlijk inzicht verschaft in de specifieke cultuur- en vakantieproblematiek, maar voor het maken van afspraken met de
respondenten ontstond ook de bewustheid, dat de meeste participanten aan de
MundialReismarkt verbonden zijn aan commerciële reisorganisatoren. Het is geen
geheim dat deze organisaties winst moeten maken en gedacht zou kunnen worden,
dat hun kennis over andere culturen vooral in dienst staat van de
vakantiegangers, hun klanten. Er moest daarom bij voorbaat meer nadruk worden
gelegd op de gezochte hoedanigheid - in dienst van het praktijkgedeelte van
dit onderzoek – van cultuur- en vakantieexpert:
Commerciële reisorganisatoren: cultuur- en
vakantieexperts
Het voorgaande was reden om de
reisorganisatoren aan te spreken met de katalyserende stelling, die dan begin
juli 1997 op volgende wijze naar voren werd gebracht:
‘Het meeste
cultuurgerichte toeristisch kapitaal is geaccumuleerd in de reiswereld.’
Toeristisch kapitaal? “Jawel, de kennis
en kunde die het mogelijk maakt om - mits cultuurgericht - cultuur op reis te
beleven. Dit kapitaal is in uw handen. U kunt zich verplaatsen in toeristen en
culturen uit andere landen. Daarom vraag ik u mee te doen aan dit onderzoek.”
In hoofdstuk 2 (paragraaf 2.2.2) is de
basis gelegd voor het opperen van de katalyserende stelling die afgeleid
is uit de theorie van
Tibor Scitovsky, die veronderstelt dat de
Westerse mens een steeds hoger niveau aan 'leisure skills' of
vrijetijdsbekwaamheden accumuleert. Hij vergelijkt de ontwikkeling in de
vrijetijd met die tijdens de arbeidstijd. Vervolgens zijn de
vrijetijdsbekwaamheden in relatie gebracht met
de ‘kapitaaltheorie’ van Pierre Bourdieu.
Op deze wijze is het mogelijk geworden respondenten direct te laten focussen
op het studieobject – interactie op basis van de
gemeenschappelijke interesse voor buitenlandse cultuur - door hen, als
cultureel kapitaalkrachtigen, aan te spreken op de cultuur- en vakantieexpertise. “Het gaat om exploratief onderzoek naar de
relatie tussen Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland
wonen. Twee groepen met interesse voor buitenlandse cultuur en daarom wellicht
kennis hierover uitwisselen”.
Commerciële reisorganisatoren en verantwoord
toerisme
De maatschappelijke vraag om bewust met
natuur en cultuur om te gaan verdient zeker de aandacht binnen de reiswereld
en wordt concreet beantwoord door verbondenheid te tonen met duurzaam- of
verantwoord toerisme: het thema van de MundialReismarkt, waarmee de deelnemers
zijn geworven. Om verantwoord reizen te kunnen organiseren wordt in de
Nederlandse reiswereld gedacht aan vier hoofdcriteria:
* contact met de lokale bevolking;
* aandacht voor natuur en landschap;
* opbrengsten voor de lokale economie;
* aandacht voor de authentieke, lokale
cultuur.
Alle respondenten - en dus ook de
reisorganisatoren - danken hun specifieke bekwaamheid, die gevraagd is voor
dit afstudeerwerkstuk, aan het feit dat zij vanuit de werksfeer met culturele
vraagstukken worden geconfronteerd en zicht hebben op de omgang van
Nederlandse vakantiegangers met buitenlandse cultuur.
Gelijkwaardige cultuur- en vakantieexperts,
wiens meningen er toe doen!
Verder wordt in de case-studie gesteld dat
organisatoren van reizen onder de noemer van verantwoord toerisme - op basis van
de bij hen aanwezige kennis en kunde in de vorm van cultuurgericht toeristisch
kapitaal - een
vijfde bestaansrecht bezitten. De andere vier
bestaansrechten zijn[9]:
het verhogen van de bezettingsgraden van de diverse hoofdcomponenten;
daarnaast de omzetverhogende invloed op de exploitatie van de reisbureaus; de
toegenomen bereikbaarheid voor een groot deel van de bevolking van
vakantiereizen en dat - hoewel er ook veel negatieve effecten
aan te geven zijn - de touroperator bijdraagt aan de ontwikkeling van de
vakantiebestemmingen.
Alle deelnemers aan dit onderzoek zijn
geconfronteerd met de visie over het extra bestaansrecht van reisorganisatoren.
De ontmoeting van de respondenten met het nieuwe bestaansrecht dient enerzijds
de informatiewinning: om de diepst aanwezige cultuur- en vakantieexpertise uit
te dagen! Anderzijds dient het de analyse, omdat op deze wijze duidelijk wordt
dat gesproken wordt met gelijkwaardige experts, die allen verstand hebben van
cultuur en vakanties.
In paragraaf 1.2.1 is uitgelegd
waarom, mede vanuit commercieel oogpunt, de organisaties zijn geselecteerd en
aangetrokken om te participeren aan de reismarkt via betrokkenheid met
‘verantwoord toerisme’. Dit neemt echter niet weg, dat indien de grote bekende
reisorganisatoren - die niet direct gelieerd zijn aan verantwoord toerisme -
hadden meegedaan aan de MundialReismarkt, ook zij geconfronteerd zouden zijn
geworden met het vijfde bestaansrecht. Ofwel dat zij beschikken over
een bijzondere omvang van
toeristisch
kapitaal, waardoor cultuurgerichte vakanties georganiseerd worden met oog voor
de lokale bevolking en hun cultuur. Wel is te veronderstellen dat de vaak
jongere commerciële reisorganisaties met het 'culturele verantwoordelijkheid
gen' vanzelfsprekender voor het bestaansrecht in aanmerking komen, waardoor de
discussie die hierop inhaakt over kennis over buitenlandse culturen,
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers
eenvoudig(er) wordt geanimeerd. De opzet van de MundialReismarkt met als thema
'verantwoord toerisme' biedt hiermee een gunstige bijkomstigheid in het kader
van deze studie.
De organisatie waar de respondent zich
voor inzet geeft wellicht soms inzicht in een bepaalde reactie op een vraag,
maar de intentie is die achtergrond in de analyse van ondergeschikt belang te
laten zijn aan de deskundigheid. Daarom is, nadat een respondent het woord
heeft genomen, hoogst zelden de organisatie vermeld waaraan deze verbonden is.
Alleen bij de MCNV –
Medisch Comité Nederland Vietnam – gebeurt dat wel bijna altijd, omdat anders
onbewust gegist wordt naar de relatie van de respondent met Vietnam. Op de
meningen over het extra bestaansrecht van de reisorganisatoren wordt in
hoofdstuk drie teruggekomen.
Cultuur- en vakantieexperts kennen geen geheimen
Deze paragraaf diende allereerst om de cultuur- en
vakantieexperts als aanspreekpunt te introduceren, maar eveneens om te
benadrukken dat verondersteld mag worden dat deze eigenschap daadwerkelijk aan de
respondenten kan worden toegekend. Alle dertien respondenten worden immers als
deskundigen op dit specifieke terrein van onderzoek aangesproken, wat de
informatie tot openbare informatie maakt. Tijdens het
contact is dan ook nooit ter sprake gekomen om iets van de informatie
vertrouwelijk te houden. In
hoofdstuk drie wordt beantwoord of de respondenten de gezochte expertise bij zichzelf herkennen.
1.3.2.2 Enquête of Enquête-interviews
Uiteindelijk zijn een negental
interviews gehouden en vier enquête-interviews teruggestuurd. Deze
enquête-interviews zijn opgestuurd per post, omdat sommige respondenten bij
voorkeur schriftelijk wensten te antwoorden. Met één respondent is een
interview gehouden, nadat de vragenlijst is opgestuurd.
Gezien het voorgaande is er dus reden om
tijdens weergave van de verzamelde data een onderscheid te maken tussen
interviews en enquête-interviews. De informatie, die is vrijgekomen na het
gesprek met de respondent met voorkennis over de vragenlijst is verwerkt als
enquête-interview.
1.3.2.3 Het
opstellen van de vragenlijst
De vragenlijst (bijlage IV) is
opgesteld op het moment dat een groot deel van de literatuurstudie was
afgerond en de contouren van het onderzoek zich al duidelijk aftekenden. Het
doel was om via die vragen inzicht te verkrijgen in de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.1, behorende bij de case-studie van dit onderzoek. Bij sommige
vragen die de respondenten zijn voorgelegd is verwezen naar een theoretisch
antwoord.
In het derde hoofdstuk wordt kort
ingegaan op de werking van de vragenlijst. Door de verslaggeving te splitsen
in interviews en enquête-interviews is de bijkomstigheid, dat een signaal
wordt afgegeven of de vragenlijst voldeed om informatie in te winnen bij de
respondenten.
(pagina 14 van 60 pagina's print-totaal)
HOOFDSTUK 2: CULTUUR
OP VAKANTIE
en
BUITENLANDSE CULTUUR
IN NEDERLAND
2.1 Inleiding
In
dit literatuurhoofdstuk staan de twee deelvragen uit paragraaf 1.1 centraal.
Allereerst wordt gezocht naar antwoord op de vraag wat buitenlandse cultuur inhoudt voor Nederlandse
vakantiegangers. Vervolgens wordt in paragraaf 2.3 de aandacht verlegd naar de
vraag wat oorspronkelijke cultuur is voor de buitenlanders die in Nederland
wonen.
2.2 Cultuur op vakantie in het buitenland
Cultuur betekent - volgens socioloog en
antropoloog Erik Cohen - voor toeristen alles wat het echte, onvervalste en
originele voorstelt.
Hij stelt dat het streven naar authenticiteit (beleving van authentieke
cultuur) prominent aanwezig
is binnen de keur aan reismotieven die een vakantieganger kan bezitten.
Hedendaagse opvattingen over vakantie
zijn niet los te zien van de historische ontwikkeling hiervan. In het kader
van het vijfentwintigjarig bestaan van de Vakantiebeurs in Utrecht schreven
Heidi Dahles en Annegiem Lange een essay over het vakantiegedrag, de
vakantiebeleving en de vakantiecompetentie van drie generaties Nederlanders.
Aanvankelijk gaf vakantie vooral een distinctiemogelijkheid aan verschillende
groeperingen binnen de samenleving. “De bovenlaag ziet zich door het
imiteergedrag gedwongen de sociale afstand ten aanzien van de
maatschappelijke stijgers te herbevestigen door nieuwe, onderscheidende
reisstijlen te ontwikkelen”.
Het gevolg hiervan was dat vakantiegedrag voortdurend nieuwe impulsen kreeg.
Toch is ook tegenwoordig de oorsprong van vakantiegedrag soms nog
waarneembaar. Zo herkennen Dahles en Lange burgerlijke idealen van vorming
en educatie in het sterk in opkomst zijnde cultuurtoerisme.
In de loop van de vorige eeuw hebben
zich gunstige basiscondities voor vrijetijdsbesteding kunnen ontwikkelen,
waardoor vakantie voor iedereen in Nederland bereikbaar werd. Theo Beckers en
Hugo van der Poel onderscheiden in ‘Vrijetijd tussen vorming en vermaak’
(1990) een zestal voorwaarden, die van wezenlijk belang worden geacht voor de
vrijetijdsbesteding in Nederland: de verzorgingspositie; de omvang van het
vrij besteedbaar inkomen; de omvang en de structuur van de vrij besteedbare
tijd; de competentie en vaardigheden die nodig zijn om activiteiten te
ondernemen; de publieke context van activiteiten - het netwerk van sociale
relaties waarin vrijetijd wordt georganiseerd en geproduceerd - en de (tijdruimtelijke)
beschikbaarheid van vrijetijdsaanbod.
2.2.1 Het Tourist Attraction System
Machinale reproductie van de
vakantiepraktijk is het stokpaardje van de Zwitser Jost Krippendorf en wordt
door hem in verband gebracht met de zich uitbreidende vakantiedorpen door de
‘toeristische groeimachine',
waardoor men de controle over de situatie verliest. Deze theorie is zeker
nuttig bij het verklaren van een schaduwzijde van het toerisme, maar over het
algemeen wordt het systeem rond vakanties veel dynamischer geschetst. De
Australische professor Neil Leiper laat dit met het ‘Tourist Attraction
System’ zien.
“A tourist attraction system is a system
comprising three elements: a tourist or human element, a nucleus or central
element, and a marker or informative element. A tourist attraction comes
into existence when the three elements are connected.[14]”
Het systeem verbindt de toerist, de attractie en de aanduidingen (markers).
Leiper onderscheidt hierbij drie soorten markers: generating markers, transit
markers en contigious markers. De laatste categorie aanduidingen heeft
betrekking op de attractie of ‘nucleus’ en de interpretatie hiervan. De
transit markers begeleiden de toeristische keuzes onderweg naar de attractie.
Advertenties via de media en verhalen van mensen uit de huiselijke kring
bijvoorbeeld, worden als genererende markers aangemerkt. De aanduidingen
worden geacht invloed te hebben op toeristische keuzeprocessen, waarbij de
katalyserende eigenschappen van de markers de aandacht voor een centraal
element kunnen versterken of veranderen.
Figuur 2: Het
‘tourist attraction system’ (TAS).

Erik Cohen heeft zich nadrukkelijk bezig
gehouden met ‘het beleven van authentieke cultuur’ als reismotief en zijn
indeling kan denkbeeldig (als ‘*’in figuur 2) in het model worden geplaatst:
de ‘existential’, de ‘experimental’, de ‘experiential’, de ‘diversionary’ en
de ‘recreational’ toerist. Op deze wijze wordt het contact van
vakantiegangers met culturen getypeerd, waarbij eenieder in wisselende
situaties ook van type kan veranderen (, hierop wordt in paragraaf 2.2.3
teruggekomen).
Lew[15]
veronderstelt dat toeristen aangetrokken worden door de nucleus. Leiper
bekritiseert dit standpunt en stelt[16],
dat toeristen nooit letterlijk gemagnetiseerd worden door een centraal
element, maar dat zij gemotiveerd worden in het geval dat een aanduidend
element correspondeert met toeristische voorkeuren en andere aan
toeristische besluitvormingsprocessen verbonden condities. Hij hecht aldus
het meeste belang aan de wensen en voorkeuren van het individu als push-factoren
voor het systeem. Dean MacCannel concentreert zich in ‘The Tourist’ (1976)
juist op de aanduidende elementen. De markers representeren immers iets aan
iemand. Van cruciaal belang is volgens hem, dat de vakantiegangers
betrokkenheid voelen via de markers met de attractie.
2.2.2 Bekwaamheid en betrokkenheid bij culturele
activiteiten
De econoom en psycholoog Tibor Scitovsky
meent dat de vakantieganger inderdaad niet gemagnetiseerd wordt door een
attractie, maar dat de aandacht die naar vakanties uitgaat alles te maken
heeft met het hoge niveau van de ‘leisure skils’ of vrijetijdsbekwaamheden
van de Westerse mens. Hij vergelijkt de ontwikkeling in de vrijetijd met de
ontwikkeling tijdens de arbeidstijd. Ook daar wordt de productiecapaciteit
verhoogd, indien mensen bekwamer worden. Net als investeren in dienst van te
realiseren sportieve doelstellingen, kan de aandacht voor andere culturen in
de vrijetijd dus worden verklaard door de mogelijkheid hierover te kunnen
blijven leren.
Anders dan in de meeste onderzoeken
naar stress, wordt bij benaderingen van het toerisme en aanverwante
activiteiten vooral de positieve kant van stress gemeten. “Er blijkt een optimaal
stressniveau te zijn: namelijk een hoeveelheid die niet zo groot is dat ze
disfunctie uitlokt en ook niet zo gering dat er routinematig mee kan worden
omgesprongen..”
De emotionele beleving van de prikkelingen of ‘arousal’ bevat twee
motivationele dimensies:
1.
Arousal-Avoiding: de persoon probeert gespannen toestanden (negatieve stress)
te vermijden en zoekt een zekere ontspanning.
2.
Arousal-Seeking: de persoon zoekt juist een bepaalde mate van opwinding.
Zogenoemde ‘low-skilled’ activiteiten
leiden al snel tot verveling, zo redeneert Scitovsky. Mensen beproeven via,
onder meer cultuurgerichte, ‘high skill’ activiteiten hun toeristische
competentie en proberen bekwaamheid steeds verder te ontwikkelen.
Havitz en Dimanche (1990)
onderbouwen de voorname rol van ‘involvement’ – betrokkenheid – met betrekking
tot toeristisch gedrag. Het gaat daarbij om de perceptie van een individu
over het belang, de plezierwaarde, de symbolische waarde, het waargenomen
risico en de consequenties van dat risico. Verondersteld wordt dat de
betrokkenheid toeneemt naar mate het individu het eigen zelfbeeld in het
product gereflecteerd ziet, er invloed uitgaat van een sociale referentiegroep
en indien de prijs relatief hoog is.
Toeristisch kapitaal
De competentie die nodig is om
activiteiten te ondernemen wordt gezien als één van de voorwaarden voor
vrijetijdsbesteding. Scitovsky geeft aan, dat ‘het opdoen van bekwaamheid’
tevens een reismotief vormt, omdat het als plezierig kan worden ervaren om
tijdens de vakantie kennis en kunde te beproeven en verder te ontwikkelen. Uit
de hieraan voorafgaande alinea is op te maken, dat het gevoel van betrokkenheid
van de vakantieganger met een bepaalde activiteit onder meer wordt gevoed
door interpretatie van de aanduidingen met betrekking tot sociale
referentiegroepen en door het zelfbeeld dat ontstaat bij het ondernemen van
die activiteit.
Stel een vakantieganger wil niet al te
lang op reis, ver weg en veel culturele ervaringen opdoen. Dan kan deze - om
meer tijd over te hebben voor het culturele contact - een deel van de kennis
en kunde al in Nederland opdoen bijvoorbeeld door het lezen van boeken, of
door bepaalde zaken uit te besteden aan ervaren reisgenoten of een
reisorganisator. Via deze gedachtegang over kennis en kunde – als een soort
kapitaalvorm die te ontwikkelen is en waarbij betrokkenheid wordt gevoeld met
de sociale referentiegroep – kan men niet anders, dan denken aan de
wereldberoemde kapitaaltheorie’[21]
van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. In dit afstudeerwerkstuk wordt daarom
een kapitaalvorm toegevoegd aan zijn creatie van het culturele, economische en
sociale kapitaal: het toeristisch kapitaal. Dit is in lijn van wat de fransman
zelf heeft gedaan met bijvoorbeeld het ‘linguïstisch kapitaal’, kapitaal in de
vorm van kennis en vaardigheden om aan de dominante cultuur te kunnen
deelnemen. Toeristisch kapitaal is te omschrijven als het kapitaal, dat nodig
is om deel te kunnen nemen aan de vakantiepraktijk.
De vakantieganger dient in beginsel
betrokkenheid te voelen met de samen te stellen reiscomponenten: vervoer,
verblijf en aanvullende diensten (o.a. reisleiding, excursieprogramma en
verzekeringen). Activiteiten - dus ook de culturele - die met behulp van
aanwending van toeristische kennis en kunde ondernomen worden zijn volgens het
‘Studienkries für Tourismus’ opgebouwd uit combineerbare ingrediënten,
die eveneens de aandacht van de vakantieganger verdienen. Deze ingrediënten
van activiteiten noemen zij de vrijetijdsdomeinen: creativiteit, avontuur,
beweging, spel, gezelligheid, educatie en ontspanning.
Cultuurgericht toeristisch kapitaal
In dit onderzoek wordt gefocust op de
vakantieganger die interesse heeft voor buitenlandse cultuur. Hiertoe
heeft deze kennis en kunde nodig met betrekking tot de reiscomponenten
en de reisdomeinen (ofwel vrijetijdsdomeinen) in de vorm van cultuurgericht
toeristisch kapitaal om via de juiste samenstelling hiervan cultuur op
vakantie optimaal te kunnen beleven. Een logische eerste reactie is, dat de
aandacht voor het reisdomein ‘educatie’ een voorname rol speelt bij de
realisatie van deze wens.
De
renaissance van het sociaal distinctie gedrag op vakantie
Pierre Bourdieu zou het toeristisch
kapitaal hebben kunnen omarmen als toevoeging in zijn kapitaaltheorie om
daarna het ‘cultuurgerichte’ mee te nemen naar zijn verdiepende ‘distinctietheorie’,
ter motivering van het beeld van groepen die zich onderscheiden op basis van
smaak en life-style. Het is plausibel te veronderstellen dat de betrokkenheid
met het fenomeen ‘cultuur beleven op vakantie’ leidt tot cultuurgerichte
investeringen door de vakantieganger, omdat de waarde van het opgedane
toeristisch kapitaal zich niet laat beperken tot het ervaren van een optimaal
stressniveau tijdens de buitenlandse reis. Kortom, verwacht kan worden dat de
culturele kennis en kunde ook in het dagelijkse leven in Nederland wordt
aangewend om zich te onderscheiden van anderen of om juist deel uit te kunnen
maken van een bepaalde groep.
2.2.3 De beleving van cultuur
Naast het uitdagen van opgedane
bekwaamheid – de ‘leisure skills’ – als motief om aan culturele activiteiten
deel te nemen, wordt een ander motief hiertoe aangewakkerd via aanduidingen
die voortkomen uit een reactie op maatschappelijke ontwikkelingen als:
secularisering, ontzuiling in Nederland, ontstatelijking,
privatisering, globalisering, ofwel een aantal ontwikkelingen waardoor het
individu houvast verliest. Verondersteld wordt, dat instituties voor velen
gewichtloos
schijnen en dat de behoefte aan waarden en normen de attractie van buitenlandse cultuur versterkt. De wens
om andere culturen te ontmoeten kan op deze manier worden begrepen als het streven naar
duidelijkheid over de wijze waarop geleefd
dient te worden. Een ‘generating marker’ uit het Tourist Attraction System
die inspringt op deze visie, zou bijvoorbeeld een vakantieverslag van de
buurman over ‘de ontmoeting met de onveranderde eeuwenoude, maar respectvolle, cultuur’ kunnen
zijn.
Voorgaande nostalgische blik
inspireerde Boorstin om de toenemende aandacht voor authentieke culturen te
verklaren.
Een andere visie is van John Urry die vindt, dat de belangstelling voor
onder meer cultureel erfgoed te wijten is aan de kunde van mensen uit de
moderne samenleving: “to evaluate their society and its place within the
world”.
Dat dit evalueren echter niet eenvoudig is blijkt wel uit het
introductiehoofdstuk van het boek ‘Cross Cultural consumption: global
markets, local realities’ (1996), van David Howes. Met het begrip
‘creolization’ komt hij met een intermediair, dat oog heeft voor de creatieve
omgang van de consument op lokaal niveau met een globaal product: ‘Coca-Cola’
wordt op lokaal niveau verschillend beleefd: In Haïti een medicijn!
Het begrijpen van een andere cultuur, dat kost tijd zegt Howes. “Er is een
bepaald slangidioom (plat taalgebruik), in de verte gebaseerd op het Hawaïaanse Pidgin, waarmee
men een loodzwaar soort humor tot uitdrukking brengt, en dat vrijwel
uitsluitend gaat over eten, bier drinken, dik zijn, lui zijn, niet erg slim
zijn, surfen, het spelen van luide muziek, het pesten van toeristen en het
bezitten van een auto met voorwielaandrijving”.
Dit pesten van toeristen heeft zich niet beperkt tot de Stille Oceaan en het gedrag
geeft aan hoe relativerend om dient te worden gegaan met het geloof andere
culturen daadwerkelijk te kunnen begrijpen. Refererend aan het Tourist
Attraction System, zou gedacht kunnen worden aan een reclameslogan met de
aanduiding: ‘overwinter zes maanden in het buitenland om een cultuur echt te
leren kennen’. De voldoening van het evalueren van het eigen ‘oude’ culturele
centrum in relatie tot het ‘nieuwe’ op de vakantiebestemming zou vervolgens in
de reclamecampagne kunnen worden verzorgd met de aanduiding in de brochure:
‘Nederlandse Satelliet TV aanwezig in het appartement’.
De commodificatie - het verkopen - van
authenticiteit in de commerciële reiswereld op bestemmingen als Bali heeft
de discussie over het kunnen beleven van andere culturen naar een hoogtepunt
gestuwd, want de suggestie wordt hierdoor gewekt, dat dit het ontmoeten van de
originele cultuur belemmert. Dean MacCannell betoogt met zijn ‘Staged
Authenticity gedachte’, dat de inwoners uit toeristenbestemmingen
schijnvertoningen verkopen aan de toeristen. Ook Goffmanns
‘front-backstage tweedeling' kan worden aangewend om dit te onderstrepen. De
gedachte van Goffmann is, dat naast de voor toeristen opgezette
‘front regions’ ook ‘back regions’ bestaan, die wellicht aantrekkelijker
zijn voor geïnteresseerde toeristen, omdat zich daar het ware leven afspeelt. Deze
zeepbel wordt vervolgens door hem doorgeprikt, daar het vals
bewustzijn bij de toeristen simpel zal worden opgeroepen door het opzetten
van ‘false back regions’. Erik Cohen blijft echter toch positief over het lot van toeristen en geeft aan dat het soms maar goed is
dat de mensen op reis in hun kunstmatige ‘environmental bubble’ kunnen
voortleven. Anders zouden zij op vakantie misschien last kunnen krijgen van
een desoriënterende ‘culture shock’.
Dit zou het vakantieplezier bederven. Een denkwijze, die wordt ondersteund
door het onderzoek van de populaire Vakantieman op televisie, waaruit blijkt
dat ‘Broodje Amsterdam’ door Nederlandse vakantiegangers tot het beste
restaurant in het buitenland is gekozen.
Boorstin veronderstelt dat de toeristen
bewust ‘pseudo-events’ najagen en feitelijk helemaal niet geïnteresseerd zijn in
wat voor cultuurelementen dan ook. Vanuit hun ‘environmental bubble’ - als
de creatie van een Westers vakantiedorp midden in de jungle - vinden zij
plezier in een systeem, dat gebaseerd is op illusies.
MacCannell verklaart de betrokkenheid van vakantiegangers met authenticiteit,
maar legt eveneens uit dat de gang van toeristen nutteloos is, omdat zij
vervreemd zijn van de eigen cultuur. Het gebrek aan culturele identiteit
proberen zij daarom tevergeefs te zoeken bij andere volkeren.
Erik Cohen maakt in ‘A phenomenology of tourist experiences’
duidelijk, dat de aantrekkingskracht van cultuur op vakantie veel breder moet
worden gezien. De attractie van cultuur is ook gelegen in ontspanning en de
mogelijkheid om culturele centra te begrijpen en te evalueren. Aanduidingen in
het ‘TAS’, die inspelen op de behoefte aan plezier bij vakantiegangers om
cultuur te beleven zouden dus - de lijn van Cohen volgend - het best kunnen aansluiten bij het concept
van cultuurbeleving,
waarbij naast educatie ook bijvoorbeeld ontspanning en gezelligheid
belangrijke ingrediënten zijn.
Volgens Gottlieb gaat de rol van
onderzoekers niet zo ver, dat een uitspraak mag worden gedaan over de mate
waarin een toerist er in slaagt authentieke reiservaringen te beleven.
Kenmerkend voor deze visie op authenticiteit is dat afstand wordt genomen
van arbitraire opvattingen als hoge en lage cultuur, wanneer de
belevingswereld van toeristen ter sprake komt. De visie van Cohen sluit –
door geen waardeoordeel te geven – aan bij die van Gottlieb en hij voegt
hieraan toe, dat tenminste de eigen gevoelens en beelden van
vakantievierders als authentiek moeten worden gezien.
Zo wordt een positieve draai gegeven aan het ‘Staged Authenticity begrip' van
MacCannell, en wordt benadrukt dat commodificatie, herontwikkeling van authentiek cultuurgoed: ‘emergent authenticity’
bevordert. Het gaat hierbij om de creatie van culturele activiteiten speciaal voor toeristen, waarin authentieke
cultuuruitingen zijn opgenomen of in ere zijn hersteld.
Cultuurgerichte ‘toeristische biografie’
In het Tourism Attraction System
(paragraaf 2.2.1, figuur 2) wordt de vakantieganger gelieerd aan een culturele
attractie via bepaalde aanduidingen. Erik Cohen heeft een getrapte indeling
gemaakt rond het contact met authentieke culturen. Zonder te stellen dat het
ene beter is dan de andere komt hij met een vijftal niveaus’,
die toeristen in hun ‘touristical biography’ kunnen bereiken: existential,
experimental, experiential, diversionary en recreational.
1) The
‘recreational tourist’, ervaart authenticiteit als vermakelijk en
verfrissend. Dit sluit aan bij de functionalistische visie - gericht op re-creatie
- om op vakantie de batterij voor het dagelijks leven thuis weer op te laden.
2) De
‘diversionary’ wijze van authenticiteitbeleving komt voort uit het
vervreemde alledaagse leven dat zich voortzet op vakantie.
Cohen respecteert
deze vormen van beleving van authentieke ervaring op vakantie en stelt dat een ‘culture
shock’ op dat moment voorkomen wordt door de kunstmatige leefwereld
‘enviromental bubble’die gericht is op ontspanning. De volgende drie
niveaus hebben eerder te maken met een ‘reverse culture shock’
bij terugkeer in de eigen samenleving.
3) Op
‘experiential’ niveau probeert men zich te verplaatsen in anderen en te
zoeken naar de betekenis van authentieke culturen. De motivatie is gelegen
in de teleurstelling over de eigen cultuur en doet denken aan een beweging van
periferie naar cultureel centrum.
4) Het
experimental niveau, waarbij het andere - het betere - de ‘way of life’
wordt. Op dit niveau ontstaat de eindeloze zoektocht naar het
ideaal.
5) Bij
vakantiegangers die opereren op ‘existential’ niveau switcht de culturele
kennis als het ware van het ene naar het andere culturele centrum. Dit komt
enerzijds door de binding met de cultuur in het land van herkomst, alsmede
door het vermogen om een nieuw cultureel centrum te beleven.
Cohen respecteert de
visie van alle toeristen op elk niveau en stelt evenals Scitovsky vast, dat er
een zekere uitdaging in het beleven van authenticiteit bestaat. Hij
waarschuwt ook, dat het vreemde van andere culturen bij sommigen kan leiden
tot een cultuurschok. Wanneer met voorgaande informatie in gedachten naar het
'Tourist Attraction System' wordt gekeken dan zullen op deze niveaus, rustgevende aanduidingen de verbinding kunnen leggen met de
culturele attractie. Informatie dient dan
kernwoorden te bevatten als ontspanning, verzorgd-rust, gezelligheid en
cultuur-spel. Bij de hierop volgende drie niveaus – experiential, experimental en
existential – is de uitdaging gelegen in het zich blootstellen aan het
vreemde en het overwinnen van angsten. Het informatieve karakter van de
aanduidingen behorende bij deze culturele ontmoetingen zal naar verwachting
eerder herkenbaar zijn in accenten van avontuur, beweging, creativiteit, cultuur-educatie,
uitdaging, bekwaamheid en ontdekken.
Erik Cohen’s maakt
duidelijk dat een persoon op drie verschillende niveaus kan omgaan met
cultuur op vakantie. Namelijk om te ontspannen, kennis te accumuleren - te leren -
over een andere cultuur en om culturele centra te begrijpen en te evalueren.
Hierbij ontwikkelt de vakantieganger een ‘cultuurgerichte toeristische
biografie’, waarbij tijdens één vakantie alle drie de niveaus ervaren kunnen
worden, zelfs door eenzelfde persoon.
2.3 Buitenlandse cultuur in Nederland
In een nieuw cultureel centrum zal over
het algemeen de behoefte bestaan om bepaalde elementen uit de
oorspronkelijke cultuur te blijven behouden. Het gaat dan bijvoorbeeld om
literatuur, religie, geneeskunde, kunst, kledingvoorschriften,
gedragscodes en eetgewoonten.
Een deel van paragraaf 2.2 is min of
meer te kopiëren, wanneer beantwoord wordt wat oorspronkelijke cultuur inhoudt
voor buitenlanders die in Nederland wonen. Vanzelfsprekend gaat er deels
ontspanning en gezelligheid uit van het contact met de oorspronkelijke cultuur;
of wil men culturele kennis en kunde verder ontwikkelen en de opgedane
bekwaamheid testen; en kan men zich op basis hiervan onderscheiden naar
sociale referentiegroepen en wordt eveneens de wens in leven gehouden om niet
te vervreemden van de oorspronkelijke cultuur. Ook het ‘Tourist Attraction
System’ is in dit kader - van het bestuderen van de attractie van de
oorspronkelijke cultuur voor buitenlanders die in Nederland wonen - te
vervangen door het ‘Roots Attraction System’.
2.3.1 Het (her-)ontwikkelen van
cultuurelementen
Menno Hekker gaat in de studie naar het
leven van ‘Minahassers in Indonesië en Nederland’ in op de
cultuurverandering van een volk. In het proefschrift worden twee factoren
naar voren gebracht die van belang zijn, wanneer gekeken wordt naar de omgang
met de oorspronkelijke cultuur. Het gaat hierbij om een soort basiscondities
voor de (her-)ontwikkeling van cultuurelementen, die hij onderverdeeld in:
* de sociaal-institutionele omgeving,
bijvoorbeeld een kerk, de stad of dorp waar men woont;
* de functionele omgeving, waarbij onder
meer economische voorwaarden worden bedoeld; en
* de praktische omgeving, zoals de
grondstoffen voor rituelen en het benodigd aantal deelnemers voor activiteiten.
Naast deze cultuurafhankelijkheid van de
omgeving of context van de cultuur, dient rekening te worden gehouden met de
tegenstelling bewust-onbewust, want het blijkt pas dat er zoiets als cultuur
bestaat in contrast met andere culturen.
Twee factoren, of beter complexen van
factoren, beïnvloeden het bestaan van migrantencultuur, namelijk de
contextualiteit van de oorspronkelijke cultuur en de tegenstelling
bewust-onbewust.
De representatie van de nieuwe cultuur komt tot stand door het uitpakken van
culturele bagage en de oriëntatie in de ontvangende samenleving. De kwestie
van het handhaven van bepaalde cultuurelementen door een groepering is te
vinden in de literatuur over ‘folklore’. ”Folklore wordt tot op zekere hoogte
bewust gecreëerd door de desbetreffende bevolkingsgroep en hoeft dus niet
persé te bestaan uit ‘oeroude’ tradities, die onveranderd van generatie op
generatie worden doorgegeven en gehandhaafd”.
Menno Hekker stelt verder dat de
bewustwording van culturele identiteit van niet-Nederlanders leidt tot
cultuuruitingen met een aangepast uiterlijk. Dit komt door het afnemende
contact met de oorspronkelijke cultuur en de veranderde culturele context.
Hij komt tot volgend hypothese over folklorisering van de oorspronkelijke
cultuur: "Migratie leidt tot folklorisering van de oorspronkelijke cultuur in
de ontvangende samenleving. Er ontstaat een migrantencultuur als zelfstandige
variant van de oorspronkelijke cultuur. De migrantencultuur is fragmentarisch
en is een creatie van de migranten".
Net als bij de vakantiegangers kan dus
ook bij de buitenlanders die in Nederland wonen worden verondersteld dat cultuur op verschillende niveau’s
beleefd wordt, wat te registreren is in de
cultuurgerichte biografie. Met de tijd verandert immers de context van te
(her-)ontwikkelen cultuurelementen, alsmede de interpretatie van het
cultuurcontrast.
2.4 De omgang met buitenlandse
cultuur
Uit het literatuuronderzoek komt naar
voren, dat het streven naar authenticiteit (beleving van authentieke cultuur)
prominent aanwezigis
binnen de keur aan reismotieven die een vakantieganger kan bezitten.
Eveneens kan gesteld worden, dat de buitenlanders die in Nederland wonen over het
algemeen de behoefte zullen hebben om bepaalde elementen uit de
oorspronkelijke cultuur te blijven behouden.
De attractie van ‘buitenlandse cultuur’
leidt tot cultuurgericht handelen bij Nederlandse vakantiegangers en
buitenlanders die in Nederland wonen. Twee factoren, of beter complexen van
factoren, beïnvloeden de ontmoeting met de andere cultuur:
- de context, waar rekening
mee moeten worden gehouden (de basiscondities van het handelen, eigen wensen
en voorkeuren);
- het bewustzijn ten
opzichte van het cultuurcontrast.
Figuur 3: ‘tourist attraction system’ = ‘roots attraction system’

Nederlandse vakantiegangers en
buitenlanders die in Nederland wonen hebben interesse voor buitenlandse
cultuur. Aanduidingen maken hierbij gewag van een culturele attractie. Daarbij is duidelijk dat
cultuurgericht gedrag niet leidt tot allesomvattende kennis
en kunde. De fragmentarische omgang met cultuur is het gevolg van al dan niet
bewuste keuzes en ontstaat ook doordat het handelen contextgebonden is. De
lezing van Erik Cohen’s toeristische biografie, waarbij cultuur op drie
niveaus beleefd kan worden, sluit aan bij deze constatering: cultuur op
vakantie om te ontspannen, kennis te accumuleren over een andere cultuur en om
culturele centra te begrijpen en te evalueren. Ook Menno Hekker signaleert de
fragmentarische omgang met cultuur en stelt dat de migrantencultuur hierdoor als
zelfstandige variant van de cultuur in het land van oorsprong moet worden
gezien.
Op de motivatievraag achter de culturele interesse bij Nederlandse vakantiegangers
en buitenlanders die in Nederland wonen kan geantwoord worden:
* dat tijdens cultuurgerichte activiteiten
competentie uitgedaagd wordt, waarbij gestreefd wordt een heerlijk gevoel van
voldoening te bereiken. Bijkomende attractiviteit is dat bij participatie aan
‘high-skill’ activiteiten, de hiertoe benodigde kennis en kunde over culturen
steeds verder ontwikkeld kan worden, waardoor het perspectief ontstaat dat de
uitdaging en de voldoening in de toekomst toeneemt.
* dat het tegenwicht biedt aan de
vervreemding van cultuur. Ofwel aansluit bij het streven naar duidelijkheid
over wat de waarden en de normen zijn. Het gaat hierbij om een motivatievorm –
die wordt versterkt door maatschappelijke ontwikkelingen als secularisering,
ontzuiling, ontstatelijking, privatisering, globalisering – uit reactie op een aantal ontwikkelingen waardoor het individu houvast
dreigt te verliezen.
* dat het opdoen van culturele kennis en
kunde onderscheidend werkt ten opzichte van sociale referentiegroepen.
* gewoon, ter ontspanning, gezelligheid.
Eventueel zou – in de lijn van de
toeristische groeimachine van Jost Krippendorf – hier aan toegevoegd kunnen
worden, dat onder meer de Nederlandse vakantiegangers op passieve wijze zich
als het ware door de ‘toeristische groeimachine’ laten leiden om cultuur te
gaan beleven op vakantie. Dezelfde visie is ook mogelijk op
buitenlanders die in Nederland wonen en simpelweg cultuurelementen
(her-)ontwikkelen omdat de ander dat ook doet. In dit geval gaat men zonder
cultuurgerelateerde motieven om met buitenlandse cultuur.
Om cultuurgericht gedrag uit te oefenen
hebben buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers
belang bij een gunstige ontwikkeling van de condities die aan dit gedrag zijn
verbonden. Het zou daarom voordelig kunnen zijn om informatie bij elkaar in te
winnen. Zo zou de interesse voor buitenlandse cultuur van Nederlandse
vakantiegangers positieve invloed kunnen hebben op het draagvlak voor het
(her-)ontwikkelen van cultuurelementen van buitenlanders die in Nederland
wonen. Eveneens zou de aandacht voor de oorspronkelijk cultuur van de
buitenlanders die in Nederland wonen van invloed kunnen zijn op het gedrag van
Nederlandse vakantiegangers, omdat deze in Nederland dus al contact kunnen
leggen met buitenlandse cultuur. Het blijft daarom na dit hoofdstuk plausibel
te veronderstellen dat buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers toenadering tot elkaar vinden om kennis en kunde over
buitenlandse cultuur uit te wisselen.
(pagina 22 van 60 pagina's print-totaal)
HOOFDSTUK 3: EVALUATIE AANNAMEN
ONDERZOEK
3.1
Inleiding
In dit inleidende hoofdstuk van de
case-studie worden onderzoeksvragen behandeld, met betrekking tot:
- de realisatie van de doelstellingen van
Festival Mundial en de MundialReismarkt;
- het hierdoor ontstane contact met de
respondenten en hun hoedanigheid als cultuur- en vakantieexperts;
- de objectiviteit van de
interviewer-onderzoeker;
- het belang van buitenlandse cultuur voor
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers.
In het kader van de case-studie is het
van elementair belang dat contact is gevonden met respondenten die
aangesproken kunnen worden op hun cultuur- en vakantiedeskundigheid. Aan hen wordt
immers de vraag voorgelegd of buitenlanders die in Nederland wonen en
Nederlandse vakantiegangers toenadering tot elkaar zoeken en kennis over
buitenlandse cultuur uitwisselen.
3.2. Inleiding evaluatie Festival Mundial en de
MundialReismarkt
Deze paragraaf gaat in op de evaluatie
van de MundialReismarkt als plaats waar kennis over buitenlandse cultuur wordt
uitgewisseld, maar eerst even een verslag van de ervaringen vanuit het oogpunt
van de participerende organisaties. Daaruit bleek dat iedereen het optreden
op de 15e juni 1997 geslaagd vond. Dit neemt niet weg, dat sommigen
liever minder geld hadden uitgegeven, meer aandacht verwachtten voor de
publiciteit “Een echt bewaarbaar boekje” en ook is het idee geopperd van een
intiemer terrein, zoals: “lemen hutten in een cirkel met in het midden een
terras”. Een enkeling had twijfels over de doelgroep - de kritische
reislustige consument - maar over het algemeen
was men enthousiast over de participatie aan Festival Mundial, waarbij velen
hun naamsbekendheid verbeterd zagen en een respondent de MundialReismarkt
zelfs roemt als één van de beste beurzen van het jaar. Ook komt naar voren
dat er contact is gelegd en onderhouden met andere organisaties die
zijdelings te maken hebben met de reiswereld.
De publiciteit van de MundialReismarkt
kan beter worden uitgewerkt, alsmede de aandacht hierbij voor de communicatie
dat de prijzen van de presentatiemogelijkheid voor de reismarkt vier keer
prijsvriendelijker waren dan voor de commerciële stands. De reden voor dit
prijsverschil is dat de organisatie de reismarkt niet primair commercieel
heeft benaderd,
maar vooral als attractie om via de reiswereld over culturen te informeren. Sommige
respondenten zouden nadrukkelijker met workshops, filmdocumentaires en literatuur
werken om de bezoekers op intensievere wijze kennis te laten nemen over andere
culturen.
3.2.1 Evaluatie Festival Mundial en de MundialReismarkt (interviews)
Festival Mundial
De doelstelling van Festival Mundial
is het publiek laten kennis nemen, beleven, waarderen en respecteren van
andere culturen in relatie tot onze eigen toenemende multiculturele
samenleving, alsmede het verlenen van de steun aan internationale
samenwerking.
Tijdens Festival Mundial
waarderen en respecteren Nederlanders en Buitenlanders andere culturen,
omdat (het theoretisch antwoord dat dan ter sprake kwam was)...
er institutionele ondersteuning plaatsvindt, vertrouwelijk contact mogelijk
is, statusverschillen gering zijn en er gemeenschappelijke belangen bestaan
die tegenstellingen overstijgen.
“Gewoon feest”, zegt Petra Prins.
Michel Ranzijn vindt de bezoekers heel erg blank, maar er is wel contact met
andere culturen. Dat beaamt ook Siebe Snoeren. Pim van Heijst wijst op de
verscheidenheid die geboden wordt en de positieve wijze waarop andere
culturen in de schijnwerpers worden gezet. Anoushka van Bemmel wil meteen op
vakantie en Carla Scholte herkent de doelstelling vooral in de organisaties
die meedoen aan Festival Mundial. Kees van Tefelen waardeert de positieve
aandacht, die nieuwsgierig maakt naar Afrika en Oost-Europa.
De geïnterviewden herkenden het
stimuleren van wederzijds begrip tussen culturen vooral door de creatie van
sfeer door muziek, eten en drinken, waardoor mensen er bewust voor kiezen om
dit festival te bezoeken. Een eerste kanttekening wordt gemaakt door Anoushka van
Bemmel: “De Nederlandse cultuur was nauwelijks herkenbaar, buitenlanders
herkennen misschien hun eigen cultuur, vooral Afrika krijgt veel aandacht”.
Michel Ranzijn zou meer aandacht schenken aan films of literatuur, “omdat je
daar pas echt veel van leert over andere waarden en normen”. Siebe Snoeren
ziet meer in workshops - bijvoorbeeld op het terrein van godsdienst - om een
bijdrage te leveren aan de doelstelling van Festival Mundial. Evenementen als
Mundial in de Klas – waar Tilburgse basisschoolleerlingen aan de hand van
speciale lesprogramma’s informatie krijgen over 'vreemde culturen' – dat
noemt hij pas waardevolle investeringen in de toekomst: “Kijk, dan leer je wel
over anderen”.
de MundialReismarkt
De ambitie van de MundialReismarkt is
- door organisaties die zich inzetten voor verantwoordelijk toerisme en
‘verantwoorde’ reisorganisatoren te verenigen - bezoekers de
mogelijkheid te bieden antwoorden te krijgen op vragen over verantwoord
reizen, over andere culturen (met name ‘de derde wereld’) en het dagelijks
leven in die culturen. De doelstelling is in eerste instantie niet het
verkopen van reizen, maar het geven van antwoord op vragen over andere
culturen.
Dat deze doelstelling wat te ambitieus
is blijkt duidelijk uit de verhalen over het vluchtig doornemen van
geëtaleerde fotoboeken, “leuk zeg”, het meenemen van folders en steeds
weer dezelfde vragen, waarbij weinig aandacht uitgaat naar ‘verantwoord toerisme’.
Anneke Oosterhuis van het Medisch Comité Nederland Vietnam: “Bestaan jullie
nog, organiseren jullie reizen en sommigen vragen naar werk. Op zo’n dag met
al die honderden mensen zijn er maar een paar die doorvragen”. Het Tsjechisch
Centrum kreeg wel veel vragen over de cultuur. Kees van Tefelen van
Informatie verre Reizen had graag wat meer rondgewandeld, maar kreeg door op
de reismarkt te blijven heel wat complimentjes over de ‘te gast in’ boekjes:
“Leuke verhalen, heel herkenbaar geschreven”. Michel Ranzijn treft hetzelfde
publiek als tijdens de Vakantiebeurs in Utrecht en ziet geen bijzondere
culturele belangstelling. Kees van Tefelen vindt het publiek iets
vrijblijvender dan op de Vakantiebeurs en toch met name gericht op de muziek.
Siebe Snoeren stelt dat de mensen al helemaal gewend zijn aan de andere
culturen en aan reizen. De visie op de culturele belangstelling van de
bezoekers is dus heel divers.
Dat de attractie van de MundialReismarkt
niet zozeer de veronderstelde informatieve culturele functie heeft vervuld
blijkt uit de reacties van de respondenten. Velen zijn van mening dat bij
gesprekken die het vluchtige niveau overstijgen, de oorzaak kan worden
gevonden in de relatie van de bezoeker met de organisatie of door de
klantgerichtheid van de organisaties zelf: “wij organiseren vakantiereizen in
samenwerking met ontwikkelingsorganisaties”, of als iemand met een sombrero
langskwam; “aah, u bent vast pas in Mexico geweest”.
3.2.2 Evaluatie Festival Mundial en de MundialReismarkt (enquête-interviews)
Festival Mundial
De doelstelling van Festival Mundial kan
op veel sympathie rekenen, maar Attie Sijpkes vindt het ook wat hoog gegrepen:
“De mensen die komen hebben waarschijnlijk weinig problemen met andere
culturen”. Saskia Zondag schrijft echter, dat Festival Mundial een uitermate
geschikt middel is om een bijdrage te leveren aan internationale samenwerking
en wederzijds begrip. Sally Withward vindt het open, ongedwongen karakter van
Festival Mundial aantrekkelijk. Met ‘open’ bedoelt ze ook buiten: ”Veel mensen
leven buiten”. Ook Frans de Man en Saskia Zondag zien de open en ongedwongen
sfeer als voornaamste cultureel bindmiddel. “Samen op één plek zijn en
dezelfde dingen bekijken”, schrijft Frans de Man.
Volgens Saskia Zondag is niet in te
schatten of de statusverschillen tussen de mensen op Festival Mundial gering
zijn. Dit werd in de interviews naar voren gebracht als een theoretische
omstandigheid, waardoor waardering en respect tussen mensen uit verschillende
culturen gestimuleerd wordt. “Ik vond het grappige juist dat er zoveel
verschillende mensen aanwezig waren.” Frans de Man merkt in het kader van de
respectvolle omgang op, “dat er overigens meer verschillen zijn tussen
Nederlanders onderling dan tussen sommige groepen Nederlanders en
buitenlanders”. In tegenstelling tot de mening van de meeste anderen is de
hoeveelheid mensen - het massale karakter - voor Attie Sijpkes een argument om
te veronderstellen dat hierdoor relatief weinig ontmoetingen tussen
buitenlanders en Nederlanders zullen plaatsvinden.
de MundialReismarkt
Leuk opgezet, thematische markten geven
de bezoekers een beter overzicht, doelstelling redelijk gerealiseerd en een
mooi streven, maar de publiciteit - dat men hier vragen kon stellen over
andere culturen - had wat beter gekund.
Sally Withward vertelt dat één iemand
gevraagd heeft naar het bezoek aan lokale projecten. Nadat ze bezoekers op een
reisje over de plattegrond heeft getrakteerd komt meestal slechts de vraag:
“Welke namen hebben die stammen? Mensen zijn bij een eerste ontmoeting
natuurlijk een beetje afwachtend en vragen niet verder over verschillende
bevolkingsgroepen”, zo legt Sally uit. Maar er was veel belangstelling voor
Zuid-Afrika en sommigen kwamen met vragen over de gevaren en problemen van het
land.
3.2.3 Conclusies
evaluatie Festival Mundial en de MundialReismarkt
Over het algemeen vinden de respondenten dat tijdens Festival Mundial interesse wordt gekweekt voor andere culturen en
dat buitenlanders die belangstelling zullen waarderen, maar het is maar de
vraag of door ‘het massale’ van het festival buitenlanders en Nederlanders
elkaar ontmoeten. Gedacht wordt dat de bezoekers waarschijnlijk toch al weinig
problemen met andere culturen hebben en ook is geconstateerd dat de aandacht
voor de Nederlandse cultuur – als referentiekader – ontbrak. Genoemde
elementen die een positieve bijdrage leveren aan de doelstelling van Festival Mundial zijn: feest, muziek, eten en drinken, de organisaties die aan het
festival meedoen, de openheid en ongedwongen sfeer die er hangt en het open -
in de zin van buitenlucht - gebeuren van het festival.
De stap naar het bestuderen van de
gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur van buitenlanders die in
Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers wordt in de interviews gezet
door de vraag over de MundialReismarkt.
Uit de interviews bleek dat er veel
interesse was voor de reismarkt en dat de meeste deelnemers zich er goed thuis
hebben gevoeld. De teneur van de gestelde vragen blijkt echter tamelijk
oppervlakkig te zijn geweest. De echte gesprekken over culturen kwamen tot
stand, doordat de bezoekers de organisatie kenden of klantgericht werden
aangesproken. Daarbij wordt ook gezegd dat de publiciteit - dat men hier
vragen over andere culturen kon stellen - beter had gekund.
De culturele help-desk functie (waar
speciaal aandacht voor is in hoofdstuk 4) van de MundialReismarkt - een
functie die voortkomt uit het idee achter dit afstudeeronderzoek en de basis
voor de case-studie - komt er op het eerste gezicht niet uit. Het bleek immers
niet zo te zijn dat deze gereserveerde ruimte op het festivalterrein gebruikt
werd door Nederlanders en Buitenlanders om eens lekker wat kennis over
buitenlandse cultuur uit te wisselen. De centrale vraag in deze paragraaf is
echter of de MundialReismarkt voldeed als basis voor de case-studie? In
eerste instantie zou hierop dus negatief geantwoord moeten worden, want het
idee achter dit afstudeeronderzoek heeft niet geleid tot een significante
toename van contact tussen buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers tijdens de MundialReismarkt. Geen van de respondenten heeft
dit waargenomen. Aan de andere kant heeft de MundialReismarkt wel gezorgd dat
dertien van de achttien participanten deelnamen aan de interviews van de case-studie. In dit
onderzoek worden zij aangesproken op expertise over culturen en vakantie. Het
is verdedigbaar te stellen dat ze niet zouden hebben meegedaan, indien zij niets zouden zien in dit onderzoek naar de gezamenlijke
interesse voor buitenlandse cultuur en de vooronderstelde interactie tussen
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers.
Geconcludeerd kan daarom worden dat het idee achter de MundialReismarkt in
theoretische zin is uitgekomen.
3.3 Inleiding: hoedanigheid van cultuur- en
vakantieexperts
en de onderzoeker-interviewer
Gezien de ambitie van de
MundialReismarkt, waarbij organisaties op een plein verenigd worden om
antwoord te geven op vragen van bezoekers van het festival over verantwoord
reizen en andere culturen, is het eigenlijk al zo dat alle participanten
zich automatisch hebben geselecteerd voor dit onderzoek. Zij hebben immers
gereageerd op de organisatie die hen aanspreekt op cultuur- en
vakantiedeskundigheid, als vermeld in de wervende brief (bijlage I, waarin
gesproken wordt over een informatieve tocht langs organisaties die zich bezig
houden met verantwoord toerisme en met kennis over buitenlandse cultuur).
Maar, zoals in de inleiding van dit hoofdstuk gezegd, voor de
informatiewinning in deze case-studie is het van essentieel belang dat
daadwerkelijk contact is gelegd met deskundigen op het gebied van cultuur en
vakantie. Om geen twijfel te veroorzaken op dit punt wordt daarom geanalyseerd
of de respondenten die deskundigheid bij zichzelf herkennen. De gesprekken
worden geanimeerd door het begrip toeristisch kapitaal (paragraaf 2.2.2 ) -
ofwel de kennis en kunde om, mits cultuurgericht, cultuur op vakantie te
kunnen beleven - en door in te gaan op het vijfde bestaansrecht van
reisorganisatoren (paragraaf 1.3.2.1).
3.3.1 De culturele kennis van de vakantieganger en van de reiswereld
(interviews)
De
cultuurgerichte kennis en kunde van de vakantiegangers
Petra Prins vindt de kennis en kunde van
de Nederlanders met hun caravans “heel goed”. Ze gaan zelfstandig naar Tsjechië en hebben geen moeite om met de
mensen in contact te komen. Dit ondanks het feit dat de meeste Tsjechen geen
Westerse taal spreken. Michel Ranzijn relateert zijn visie op toeristen aan de
doelstellingen van de eigen organisatie. “Wie met ons op reis gaat kan
vakanties boeken bij eco-boeren in bijna alle Europese landen, waarbij veel
aandacht wordt gegeven aan het respect voor cultuur en natuur.” Hij ziet
het toeristisch kapitaal dan ook als iets dat verdedigd moet worden: “Costa Rica moet er op toezien dat haar natuur behouden blijft”. Het optimaal
beleven van een vakantie gebeurt naar zijn idee, "door alles te beleven zoals
het komt". Dit gedrag wordt wat genuanceerd met de opmerking, dat je als
Westerling voordelen hebt door onder meer goed verzekerd te zijn. Ook
reiservaring en het inlezen vindt Michel belangrijk. “Vaak geeft literatuur
inzicht in de cultuur.”
De respondenten vinden het vooral
belangrijk dat de vakantiegangers de normen en waarden van een cultuur leren
kennen. Daarbij kijken zij heel verschillend naar het cultuurgerichte
toeristisch kapitaal van de reizigers. “Men bereid zich goed voor en wil wat
leren. De lokale cultuur wordt dan later op reis beter begrepen
en dat wordt als prettig ervaren”, zegt Pim van Heijst. G.J. van Dam is een
andere mening toegedaan: “Om het maar eens plat te zeggen. De reizigers hebben
in de huidige Nederlandse samenleving gewoonweg geen tijd meer om zich goed te
informeren. Daarom moeten wij ons huiswerk dus goed doen”.
Om de waarden en normen van een cultuur
over te dragen aan de reizigers worden tal van initiatieven ontplooid. Zo
worden informatiedagen georganiseerd; wordt eigen informatie door de
organisaties schriftelijk opgesteld - soms met titels van boeken, die mensen
kunnen doorlezen om zich verder in de materie te verdiepen - en wordt
gestimuleerd om aan taalcursussen deel te nemen. “Je gaat gewoon niet met je
rug naar een Boeddha beeld staan”, vertelt Carla Scholte en wijst erop dat
men te gast is in een andere cultuur. Kees van Tefelen heeft eind jaren
tachtig samen met onder meer Frans de Man een symposium georganiseerd voor de
reiswereld: ‘Voorlichting en informatie voor toeristen naar de derde wereld’.
Ook hebben ze in die jaren samen de organisatie ‘Informatie Verre Reizen’
opgezet. Het achterliggende motief hiervan was, dat het verstandig is mensen
goed te informeren. De ‘te gast in’ boekjes zijn hier een resultaat van en
worden door veel reisorganisatoren aan de reizigers meegegeven. De verhalen
gaan in op
praktische dingen, vertelt Pim van Heijst: “We vertellen over de klamboe of
het muskietennet, over de zonnebrand, maar ook over te korte rokjes”.
Het Medisch Comité Nederland Vietnam
organiseert geen reizen, maar geeft informatie over het land en beschikt over
een eigen documentatieruimte. Anneke Oosterhuis stelt dat hoe meer je van een
cultuur weet, over de geschiedenis, het volk, het eten, hoe meer plezier je
aan de vakantie beleeft: “Hoe minder storend, hoe meer plezier. Door een
korte broek te dragen beledig je de Vietnamezen. Ze hebben het beeld dat je
als Westerling rijk bent. Een korte broek is een teken van armoede”. In de ‘te
gast in’ boekjes wordt aan de hand van bepaalde onderwerpen, het dagelijks
leven in andere culturen beschreven. Kees van Tefelen: “Het is goede zaak als
de toerist er een beetje van op de hoogte is, hoe het er in een land aan toe
gaat. Iets weet over de manier van leven, hoe men daar naar de Westerse
toeristen kijkt, de omgang met mensen in het algemeen”. De gedachte van Anneke
Oosterhuis wordt door hem gedeeld: “Realiseer je, dat je toerist bent”,
waarmee aangegeven wordt dat het ‘zijn’ van een Westerse, Nederlandse
vakantieganger bepaalde verwachtingspatronen van de lokale bevolking met zich
meebrengt.
Het vijfde bestaansrecht van de commerciële reisorganisatoren
De initiatieven om de reizigers ertoe te
bewegen zich goed voor te bereiden op een reis worden gedeeltelijk ook genomen
om de mensen op hun eigen verantwoordelijkheden te wijzen, zo blijkt uit de
gesprekken. Carla Scholte vindt dat toeristisch kapitaal op een bepaalde
manier natuurlijk wel commercieel is: “Er zijn de laatste twintig jaar meer
ideële doelen als informatie over gedragscodes met betrekking tot fotograferen
en andere zaken bijgekomen, maar commercieel is het ook”.
Siebe Snoeren: “Wij nemen een hele hoop
tijdrovende zaken - bijvoorbeeld de aankoop van buskaartjes - weg. De mensen
houden zo meer hersenenergie over om hun toeristisch kapitaal verder te
ontwikkelen”. Deze strekking kwam vaak naar voren tijdens de gesprekken. Kees
van Tefelen vindt het weliswaar jammer dat de mensen die maar enkele weken
weg kunnen het zoekproces naar de buskaartjes moeten missen, maar hij is het
er wel mee eens dat het een grote verdienste kan zijn om dit vooraf te
organiseren. “In China is dat bovendien heel moeilijk.” Uit zijn woorden valt op te
maken dat er veel toeristisch kapitaal bij de reisleiders aanwezig moet zijn,
daar zij middels hun intermediaire functie de brug slaan tussen de lokale
bevolking en de reizigers.
G.J. van Dam ziet ook mogelijkheden
voor onder meer de overheid, om raad te vragen aan de reiswereld: “In Zaïre
bijvoorbeeld, daar waren we goed op de hoogte”. Ook wordt het vijfde bestaansrecht
gezien als wapen tegen de concurrentie van de digitale snelweg. Het is
tegenwoordig immers mogelijk om zonder tussenkomst van de reiswereld, via
internet, te boeken in alle uithoeken van de wereld. Het nieuwe extra
bestaansrecht – met een soort keurmerk op basis van de garantie voor de
verantwoorde manier van reizen – kan reden geven aan potentiële
vakantiegangers om toch via de Nederlandse organisaties te blijven reserveren.
“We hebben inzicht in de markt, in elk
geval een idee over wat de reiziger enthousiast maakt”, vertelt Pim van Heijst.
Dit wordt aangevuld door G.J. van Dam die vertelt dat de praktische en parate
kennis in de reiswereld zeker aanwezig is. Dat komt volgens Van Dam, omdat ze
veel contact hebben met de reisleiders via de Fax, e-mail of telefoon: “Wij
koppelen de vervoersmogelijkheden, het verblijf en de te ondernemen
activiteiten aan de wensen van de consument”. Siebe Snoeren meldt tussendoor,
dat faxen uit Birma nog steeds moeilijk is: “Alleen uit de hoofdstad”. Ook
legt hij uit dat de reizigers in Nairobi aangeraden wordt een taxi te nemen en
men in Nepal de mensen zonder vrees op een dropping uitstuurt: “Daar
kun je de mensen gewoon in het diepe gooien”. Tegenover al die expertise stelt Anneke
Oosterhuis, “dat misschien een aantal reisorganisatoren wat afweten van
Vietnam, maar dat zeker in het begin zomaar wat begonnen werd, omdat
vakantiegangers er kennelijk heen wilden”.
Ondanks dat het MCNV zelf dus geen
reizen organiseert is het verstrekken van toeristische
informatie wel een inkomstenbron voor het medisch-comité geworden:
“Internet, daar zijn de ontwikkelingen in Vietnam goed te volgen”. Tijdens het
adviseren worden visies omarmd van organisaties die zich inzetten voor
ontwikkelingssamenwerking en de bescherming van natuur en milieu. Verantwoord
reizen organiseren betekent dus ook bepaalde dingen bewust niet laten doen
door vakantiegangers, luidt de opvatting van de MCNV.
De reisorganisatoren maken duidelijk dat grondig aan de voorbereidingen van reizen wordt gewerkt. “Ook al bieden we
bepaalde activiteiten facultatief aan, het huiswerk is wel gedaan”, zo zegt
G.J van Dam. Vanuit deze invalshoek bezien is men het eens dat er op grond
van hun kennis en kunde een extra bestaansrecht bestaat. De organisaties tonen
die overtuiging zelf ook aan de buitenwereld door bijvoorbeeld voorlichtingsdagen te
organiseren. Anoushka van Bemmel: “Het zijn flexibele Reizen, waarbij veel
contact is met de lokale bevolking. Door oorlog in Zaïre moet je ineens via
Zambia en Kameroen. Niet iedereen kan op die manier reizen”. Bij een andere
reisorganisatie besloot de reisleider de route wat te wijzigen, maar wel door
Zaïre te gaan. “Een net ander tijdstip en we kennen de route goed. We rijden
met eigen vrachtwagens”, zo vertelt G.J van Dam. Petra Prins vindt dat de
meeste reisorganisatoren goed op de hoogte zijn. Ook wordt veel gebeld voor
informatie over bijvoorbeeld evenementen, schoolsystemen en cultuur. “Ja,
sommige informatie van reisbureaus is te oud. Het is zes of zeven jaar geleden
dat de toerist elke dag 7000 kronen in Tsjecho-Slowakije moest uitgeven.”
3.3.2 De culturele kennis van de vakantieganger en de reiswereld (enquête-interviews)
De
cultuurgerichte kennis en kunde van de vakantiegangers
“De Nederlander vraagt alle mogelijke
brochures op, koopt gidsen, kijkt - ook op mijn advies - steeds vaker op
internet en komt na maanden tot een selectie.” Ze zijn in Nederland dus al
zeer bewust bezig met de reis, aldus Sally Withward. De mening van Frans de
Man staat hier lijnrecht tegenover. Hij vindt dat toeristen alleen maar bezig
zijn met, “daar recreëren. Mijns inziens is het allemaal heel ver gezocht”.
Saskia Zondag ziet toeristisch kapitaal als de kennis van de cultuur van een
land: “Het is de kunde om je hiermee aan te passen aan die cultuur”.
Het vijfde bestaansrecht van de commerciële reisorganisatoren
Frans de Man sluit zich aan bij de vier
bestaansrechten van de reisorganisator en vindt het vijfde bestaansrecht op
basis van de toeristisch kapitaal gedachte: “Onzin”. Saskia Zondag heeft haar
bedenkingen: “Bij iedere vorm van toerisme gaat het uiteindelijk toch om de
klant”. Ook vermeld ze dat verantwoordelijke omgang met toeristisch kapitaal -
als de accumulatie hiervan al een factor is die de vier van Van Eijken aanvult
- nog geen garantie biedt voor het bestaansrecht van de lokale bevolking.
Hiermee wekt ze de suggestie, dat de commerciële belangen van de ‘eigen’
organisatie doorslaggevend kunnen zijn voor de wijze waarop het toeristisch
kapitaal wordt ingezet.
Sally Withward laat er geen twijfel over
bestaan dat de organisatie gesterkt wordt door de aanwezige kennis en kunde
op het gebied van Zuidelijk Afrika: “Je kunt je hier in Nederland wel
voorbereiden op Afrika, maar hoe Afrika echt is, dat weten wij”. Keer op keer
krijgt ze brieven met de meest onstuimige routes door Zuid-Afrika. Die worden
dan aangepast en teruggestuurd. “De mensen hebben vaak geen idee over de
reistijden en de afstanden.”
3.3.3 Conclusies: hoedanigheid van de cultuur- en vakantieexperts en de
onderzoeker-interviewer
Toeristisch kapitaal
Vanuit de informatiebehoefte van het
onderzoek bezien, blijkt dat de theorie rond het toeristisch kapitaal in elk geval
eenvoudig verwerkt is in de reacties van de meeste respondenten. De toeristisch
kapitaal gedachte (paragraaf 1.3.2.1 en paragraaf 2.2.2) om de participanten
aan de MundialReismarkt aan te spreken op hun cultuur- en vakantieexpertise
heeft zich meteen bewezen in de voorselectie, want Attie Sijpkes van de meer
‘ontwikkelingsgerichte organisatie’ ICCO (de Interkerkelijke Organisatie voor
Ontwikkelingssamenwerking) - die recent met verantwoord reizen naar Palestina
was begonnen en waar nog niet zo veel kennis is over de Nederlandse
vakantiegangers - werd door de toeristisch kapitaalgedachte afgeschrikt.
Hiermee accepteerde zij momenteel nog te weinig kennis te bezitten over de
vakantiepraktijk om aan dit onderzoek deel te kunnen nemen. De anderen
erkenden de cultuur- en vakantiedeskundigheid in huis te hebben en werkten mee.
Het vijfde bestaansrecht van de commerciële reisorganisatoren
Het bespreken van de visie over het
vijfde bestaansrecht van reisorganisatoren diende ertoe om de aanwezige
cultuur- en vakantieexpertise zo informatief mogelijk te gebruiken in het
kader van dit onderzoek. De commerciële reisorganisatoren reageerden
enthousiast op het nieuwe bestaansrecht en kwamen met allerlei voorbeelden,
waarmee ze blijk gaven van hun kennis over vakantie en culturen. Toch waren er
ook bedenkingen: “Bij iedere vorm van toerisme gaat het uiteindelijk toch om
de klant”, waarbij gealarmeerd is dat zelfs verantwoordelijke omgang met
toeristisch kapitaal door een reisorganisator richting één partij (de klant),
nog geen garantie hoeft te bieden aan het bestaansrecht van de lokale
bevolking tijdens een cultuurreis. Kortom, om een vijfde bestaansrecht te
verdienen dient die deskundigheid wel in praktijk gebracht te worden. Dat is
wat eveneens is verlangt in dit onderzoek en werd dus dubbel onderstreept door
die vraag over het vijfde bestaansrecht.
Interviewtechniek en de rol van de onderzoeker-interviewer
De dertien respondenten zijn als
vakantie- en cultuurdeskundigen aangesproken door de onderzoeker-interviewer.
Voor het contact met de respondenten was de literatuurstudie al grotendeels
afgerond en daarom bestond er ook een goed idee over wat vakantie- en
cultuurdeskundigheid inhoudt.
Over het algemeen waren de interviews
zeer levendig, maar soms moesten vragen even worden ingeleid alvorens een
reactie te kunnen noteren. Bijvoorbeeld bij het bespreken van de vraag over ‘het directe
sociale contact door uitwisseling van kennis en kunde over buitenlandse
cultuur’ (vijfde hoofdstuk) viel wel eens een stilte. De onderzoeker
zei dan bijvoorbeeld:
“Niet naar buiten toe denken, niet op
reis, maar over uitwisseling van culturele kennis in Nederland zelf. Soms
wordt in de krant gewezen op een tweedeling in de Nederlandse samenleving,
daar probeert dit onderzoek iets aan te doen. Kijk, Nederlanders kunnen
natuurlijk veel van buitenlanders leren als ze op vakantie gaan.
Buitenlanders kunnen als ze de link met de toeristische belangstelling van de
Nederlander leggen in Nederland lekker leven en veel dingen doen die daarop
aansluiten”.
Op andere momenten was
het geen stilte die een inleiding door de onderzoeker verlangde, maar leek er
wat huiver bij de respondent te bestaan om in vrijheid, en op basis van eigen
deskundigheid, te antwoorden. Dan werd door de onderzoeker-interviewer het
exploratieve karakter van dit onderzoek benadrukt en gesproken over het in
kaart brengen van een nieuw probleemgebied en dat het nooit de intentie is
iemand of een bepaalde organisatie op enige manier in een kwaad daglicht te
stellen. Ook kwamen er - naar mate het onderzoek vorderde - steeds meer
voorbeelden uit voorafgaande gesprekken met respondenten naar voren en soms
werd gezegd, dat “tegenover u geen echte Nederlandse onderzoeker zit, want
mijn moeder is Italiaanse, uit het zuiden”. Dit hadden de respondenten, op hun
beurt, dan meestal al wel gezien.
Naar stellige overtuiging van de
onderzoeker-interviewer kan geen aanleiding worden gevonden om aan te nemen
dat de respondenten te veel zijn beïnvloed door de gebruikte betrokken stijl
van interviewen. Informatiewinning stond voorop. Zeker ook, omdat het een
lange tocht was geweest om via de MundialReismarkt eindelijk de gezochte
expertise te bereiken. Bovendien, stel dat op enig moment suggestief zou
worden doorgevraagd, dan is het zonder meer te verwachten dat de respondent in
de hoedanigheid van cultuur- en vakantieexpert daar raad mee weet.
3.4 Conclusies evaluatie aannamen onderzoek
Twaalf cultuur- en vakantieexperts
In dit hoofdstuk is geconcludeerd, dat
het idee achter de MundialReismarkt theoretisch is uitgekomen, want dertien
respondenten zijn gevonden om aan het praktijkgedeelte van het
afstudeeronderzoek mee te doen. Al snel bleven er hiervan twaalf respondenten
over, die aan de gewenste hoedanigheid van cultuur- en vakantieexpert konden
voldoen. Een respondent moest afhaken, omdat die organisatie zelf vond nog
niet genoeg te weten over de vakantiepraktijk.
Frans de Man is het gehele onderzoek
kritisch en is soms kortaf in de enquête-interviews. Frans de Man heeft
echter een
uitzonderingspositie binnen de groep aan cultuur- en vakantiedeskundigen. Hij is namelijk in 1997 uitgegroeid tot een autoriteit in Nederland
op het gebied van vakantievraagstukken, en dan met name met betrekking tot
vragen over de
omgang met buitenlandse cultuur. Zo is hij, zoals eerder vermeld, eind jaren
tachtig bijvoorbeeld al initiatiefnemer van de ‘te gast in’ boekjes. De Man
participeerde aan de MundialReismarkt met ECPAT, een organisatie die zich
inzet om kinderprostitutie te helpen bestrijden. Afkeer van het vijfde
bestaansrecht van de reisorganisatoren, op basis van het door hen
geaccumuleerde toeristische kapitaal
- “onzin” - is dan ook te verklaren, doordat er vanuit ECPAT
kritiek op sommige reisorganisaties kan zijn.
Aannamen buitenlandse cultuur
Een aantal respondenten nuanceren in de
komende hoofdstukken de aandacht voor de oorspronkelijke cultuur van de
buitenlanders, waarbij ook gesteld wordt dat de interesse per generatie kan
verschillen. Anneke Oosterhuis wijst er in dit verband op dat de eerste
generatie uit Vietnam in Nederland vooral de eigen mentaliteit koesterde. De 2e
generatie heeft echter wel weer meer interesse, zo vertelt ze. Kees van
Tefelen komt eveneens met een onderscheid tussen de eerste- en tweede
generatie buitenlanders. Hij veronderstelt dat de eersten toch wel
gedeeltelijk hun cultuur behouden, maar dat bijvoorbeeld Festival Mundial
vooral voor mensen van de tweede generatie een opkikker moet zijn. “De tweede
generatie geneert zich misschien, maar als ze de belangstelling zien dan
krijgen ze vast meer zin om cultuurelementen te (her-) ontwikkelen.” De
interesse voor buitenlandse cultuur van de vakantiegangers wordt in twijfel
getrokken door Frans de Man. Met betrekking tot de respectvolle omgang met
cultuur merkte hij in dit hoofdstuk op, dat er meer verschillen zijn
tussen Nederlanders onderling dan tussen sommige groepen Nederlanders en
buitenlanders. Hij stoorde zich niet aan de aanname dat buitenlanders
interesse hebben voor buitenlandse cultuur, maar wel aan het idee dat
Nederlandse vakantiegangers interesse hebben voor andere culturen:
“Vakantiegangers, recreëren alleen maar”.
In algemene zin kan gezegd worden dat
niemand zich stoorde aan het onderscheid Buitenlanders – Nederlanders en
dat iedereen meeging in de veronderstelling, dat beide groepen interesse hebben
in buitenlandse cultuur. Er waren hoogstens wat gezonde nuances.
Interviews en enquête-interviews
In de case studie is een
onderscheid gemaakt tussen interviews en enquête-interviews, omdat sommige
respondenten bij voorkeur schriftelijk reageerden. Voor de weergave van de
informatie is deze onderverdeling aangehouden, waaruit is gebleken dat de informatiewinning bij
de cultuur- en vakantieexperts op beide manieren verrijkend is geweest.
(pagina 30 van 60 pagina's print-totaal)
HOOFDSTUK 4: DE
CULTURELE HELP-DESK FUNCTIE
van de MundialReismarkt
4.1 Inleiding
Vragen naar aanleiding van de culturele
help-desk functie van de MundialReismarkt:
- worden buitenlanders die in Nederland
wonen beïnvloed door de interesse voor buitenlandse cultuur van de Nederlandse
vakantiegangers;
- worden Nederlandse vakantiegangers beïnvloed door de interesse voor buitenlandse cultuur van de buitenlanders die in
Nederland wonen?
De MundialReismarkt heeft als functie om
op één locatie te kunnen bestuderen of interactie plaatsvindt tussen
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers. Door de
creatie van de culturele help-desk functie van de MundialReismarkt is het
mogelijk geworden om met de respondenten in te gaan op de vraag of
kennis over een gezamenlijke interesse - buitenlandse cultuur - wordt
uitgewisseld.
Dit deel van de interviews voorziet in
een eerste inzicht over de mate waarin buitenlanders en Nederlanders hun
kennis en kunde over buitenlandse cultuur uitwisselen. Niet persé via sociaal
contact, maar gewoon wat op de een of andere manier van elkaar overgenomen
wordt. De vragen zijn in dit hoofdstuk dus toegespitst op de artificiële
werkelijkheid van Festival Mundial en meer in het bijzonder op de vraag of
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers elkaar
ontmoeten op de MundialReismarkt.
4.2.1
Door Festival Mundial krijgen
mensen (Nederlandse vakantiegangers) zin om te reizen en andere culturen, te
leren kennen, omdat .. .(interviews)
Tijdens het interview is na voorgaande
zin het theoretisch antwoord gegeven: cultuurgericht toeristisch kapitaal
geaccumuleerd wordt (= conditie) met betrekking tot het optimaal beleven
van ‘authenticiteit’ op vakantie. Hierbij wordt reeds opgedane kennis en
kunde aangevuld.
! Uit de literatuurstudie in het tweede
hoofdstuk blijkt overigens, dat ook andere argumenten - dan de wens over een
cultuur te leren - ten grondslag kunnen liggen aan de interesse voor
buitenlandse cultuur. Hierbij kan gedacht worden aan dat de omgang met
buitenlandse cultuur tegenwicht biedt aan de vervreemding van cultuur, dat het
prestige kan opleveren binnen de sociale referentiegroep, of dat met cultuur
bezig zijn gewoon ontspannend en gezellig kan zijn.
Anneke Oosterhuis: “Festival Mundial
draagt bij aan verlangen dat al bestaat om te reizen en andere culturen te
leren kennen”. De term ‘vage link’ doet haar intrede: “Misschien wordt men
gestimuleerd door bijvoorbeeld het exotische eten, maar er is slechts een vage
link”, aldus Pim van Heijst. Siebe Snoeren gaat verder en stelt dat bepaalde
drempels worden weggenomen: “De reuk, de klanken, het ‘a-ha erlebnis’ nemen de
angst voor het onbekende weg en men wordt nieuwsgierig naar andere culturen”.
“Misschien wel. Ik krijg wel zin om naar Afrika te gaan”, zegt Petra Prins.
Ze twijfelt of de mensen echt dingen leren. Michel Ranzijn denkt dat het
mogelijk is door het contact met de mensen die hun organisatie presenteren,
het eten, de muziek en dans en de dingetjes die te koop worden aangeboden.
Volgens hem maakt de kleine informatie meer indruk dan de professionele
muziek: “De drempels bij cultuurverschil verdwijnen”, meent hij. Om echt
cultuurgericht toeristisch kapitaal te accumuleren, zou het naar zijn idee
beter zijn om een aparte programmering toe te voegen over bijvoorbeeld
cultuur en literatuur. Anoushka van Bemmel ziet het zo: “Mensen die absoluut
geen interesse hebben in reizen. Die voelen zich minder thuis op Festival
Mundial”. Volgens haar heeft muziek veel te maken met de beleving van een
land. Hierbij wijst ze vooral op het herinneringseffect aan een land als
India. “Wat op Festival Mundial te zien is helpt sommigen op weg”,
concludeert ze. “De sfeer daar draait het om”, zeggen Carla Scholte en ook
G.J. van Dam. Dat mensen er toeristisch kapitaal ontwikkelen gelooft Carla
niet: “Normen en waarden van een cultuur kun je beter uit boeken leren”.
Kees van Tefelen ziet deze vraag vanuit
persoonlijk perspectief precies andersom: “Door de huiselijke situatie van
Festival Mundial herkennen mensen, die veel gereisd hebben, wat ze ver weg
altijd zo leuk vonden. We hebben de cultuurverschillen en de entourage ervaren.
Nu genieten we hier van hetzelfde”. Hij kan nu minder vaak op reis en voegt
toe dat ook Festival Mundial niet kan voorkomen dat de eetcultuur van India
en Thailand nog steeds door hem gemist wordt. “De belangstelling voor andere culturen
neemt toe na het reizen. Zo weet ik dat onze ‘te gast in’ boekjes achteraf
heel anders gelezen worden dan vooraf, dat achteraf pas echte belangstelling
bestaat voor zaken als eten, muziek, film en boeken.” Wel denkt hij dat er in
algemene zin een link bestaat tussen de vragen naar bestemmingen en
activiteiten op de MundialReismarkt en hetgeen op Festival Mundial zoal te
ontdekken is geweest.
4.2.2 Door Festival Mundial krijgen
mensen (Nederlandse vakantiegangers) zin om te reizen en andere culturen, te
leren kennen, omdat...(enquête-interviews)
Frans de Man: “ze ermee geconfronteerd
worden zonder de negatieve kanten ervan (hitte, diarree, malaria, stof, slecht
eten, etc)”. De gedachte dat de mensen er toeristisch kapitaal accumuleren
doet hij structureel af als “onzin”. Sally Withward en Saskia Zondag leggen de
link bij de vakantiesfeer. “Je waant je in het buitenland”, zegt Sally
Withward. Saskia Zondag: ”de horizon wordt verbreed en zo kan iedereen de
beperkte levenswijze in twijfel trekken”.
4.3.1 De link tussen de
ontdekkingstocht op Festival Mundial en de vragen naar bestemmingen en activiteiten op de
MundialReismarkt 1997...(interviews)
Pim van Heijst ziet linken tussen de
exotische sfeer en de belangstelling voor reizen en cultuur. De meeste ‘echte’
belangstelling ging echter uit van de mensen die de organisatie al kenden of
geïnteresseerd raakten in hun verantwoorde manier van reizen. “Wij organiseren
vakanties en werken samen met projecten van ontwikkelingsorganisaties of
bijvoorbeeld een non-gouvernementeel project. Daar weten ze dat we komen, hoe
lang en wanneer en de projecten ontvangen hierbij een vooraf afgesproken
bedrag. Uit eigen onderzoek weet ik dat oeroude culturen niet zomaar door
toeristen worden overlopen, maar wat is er eigenlijk tegen cola? Culturen
ontwikkelen zich. Nu is het wel zo, dat soms hele gemeenschappen maanden van
slag zijn door het onverwacht bezoek van een rugzaktoerist. Aan de andere kant
komt het ook voor dat hele streken juist met groot genoegen een soortgelijke
verschijning bespreken. Maar in elk geval zijn wij op onze projecten welkom.
We willen met onze manier van reizen de projecten ondersteunen en de lokale
bevolking laten kennis maken met toeristen. Daarnaast willen we de reizigers
- behalve de mooie bezienswaardigheden - ook het echte leven in het land laten
zien”. Een festivalbezoeker die dit te horen krijgt, zal zeker meer interesse
hebben gekregen in andere culturen en daarnaast ook nog in internationale
samenwerking.
Op de MundialReismarkt waren een aantal
VAR-deelnemers aanwezig: Vereniging van Avontuurlijke Reisorganisatoren. “Wij
organiseren over de hele wereld en - voordat er een nieuwe reis wordt
opgenomen in de brochure wordt er eerst een proefreis gemaakt. Oude klanten
worden dan aangeschreven om met een reisleider op ontdekkingstocht te gaan”,
zo vertelt Anoushka van Bemmel. Anderen kiezen ervoor eerst zelf de reis op
papier te maken en aan te vullen met tips van reisleiders. Daarna gaat iemand
uit de organisatie veldwerk doen, waarna de reis in de programmering kan
worden opgenomen. Over het algemeen kwamen ook hier de meeste bezoekers in
contact met de standhouders, omdat ze de organisatie kenden of en omdat ze
werden aangetrokken door de stimulus-respons borden, waarop de
reisbestemmingen staan vermeld.
Landenspecialisten als het MCNV en het
Tsjechisch Centrum krijgen de meeste vragen over hun land en de activiteiten
die er ondernomen worden. Dit neemt niet weg dat ook hier door de respondenten
met name de klantgerichtheid als verklaring wordt genoemd voor het contact met
de bezoekers van het festival. Dit gebeurt bijvoorbeeld via ludieke acties,
zoals bij het Medisch Comité Nederland Vietnam, waar bij de aankoop van een
klamboe meteen een muskietennet aan iemand in Vietnam cadeau werd gedaan.
Bij de marktkraam van Tsjechië kwamen veel kind- en caravanvragen en werd ook
geïnformeerd naar cultuurprogramma’s en andere evenementen. De mensen van
‘kamperen bij de ecologische boer’, die in hun stand ook folders hadden
uitgestald van organisaties die ‘verantwoord buiten Europa’ organiseren
kregen de meeste vragen over verre bestemmingen: “Heel veel belangstelling
voor landen die we zelf niet hadden”. Zo wordt duidelijk, dat er net als bij
Festival Mundial veel aandacht is voor Afrika. “Maar ook voor Costa Rica en
Zuid-Amerika”, aldus Anoushka van Bemmel. “Ecuador en Indonesië”, zegt Pim
van Heijst.
4.3.2 De link tussen de
ontdekkingstocht op Festival Mundial en de vragen naar bestemmingen en
activiteiten op de
MundialReismarkt 1997... (enquête-interviews)
“De mensen zijn een dagje uit en willen
gewoon wat rond kijken.” Sally Withward vindt dat de link niet bestaat. Toch
beaamt ze, dat er veel interesse was voor Zuid-Afrika en voor de andere landen
in Zuidelijk Afrika: Botswana, Namibië, Zimbabwe en Mozambique. Maar op de
activiteiten werd niet al te diep ingegaan: “Hoe moet ik daar naar toe, het
landschap, het weerbeeld en de kosten”. Saskia Zondag kreeg vragen over
werkvakanties in landen die zij niet in het programma hebben. Ze zijn niet
echt gespecialiseerd in vragen over Afrika, Azië en Zuid-Amerika en ging er
daarom van uit dat de link wel bestond: “Een aantal organisaties boden wel de
juiste bestemmingen, al konden wij helaas niet de juiste activiteiten
aanbieden”.
4.4.1
Door Festival Mundial worden buitenlanders gestimuleerd om
bepaalde cultuurelementen in Nederland te (her-)ontwikkelen, omdat...
(interviews)
Het theoretisch antwoord was het
volgende: men zich bewust kan oriënteren (= conditie) in de ontvangende
samenleving (Wat kan?, Waar is belangstelling voor?) met betrekking
tot het folkloriseren van cultuurelementen. Hierbij wordt een beroep gedaan
op de culturele bagage die meegenomen is, en wordt, uit het land van herkomst.
Natuurlijk worden eerst min of meer
spontane reacties op de vragen afgewacht, maar dan moet je als
onderzoeker-interviewer toch soms de antwoorden wat op gang helpen. Dit
leverde in het kader van deze vraag een aardige anekdote op in samenwerking
met Carla Scholte: ik vertelde haar dat we tijdens de afbouw van het
festival veel zijn geholpen door het asielzoekerscentrum in Oisterwijk. Een
jongen, Ibrahim uit Sierra Leone, was druk in de weer met grondplaten toen hij
plotseling opveerde en wegsprintte. Een mol kwam kijken of Ibrahim, die
gewoonlijk allerlei wilde beesten gewend moet zijn geweest, ook kennis met hem
wilde maken? Langzaam kwam hij terug toen hij zag dat wij niet echt bang
waren en collega Theo het beestje zelfs durfde oppakken. Carla kwam toen met
het voorbeeld, dat zij een Afrikaan uit een malariagebied kende die bij het
zien van de muggen in Nederland meteen een muskietennet dacht nodig te hebben.
Carla Scholte vond overigens dat ze niet
zo goed in de huid van buitenlanders in Nederland kon kruipen om te kijken of
zij door Festival Mundial gestimuleerd worden om bepaalde cultuurelementen te
folkloriseren. Ook Siebe Snoeren kon, eveneens nadat het theoretische
antwoord was gegeven, niet echt iets zeggen, maar G.J. van Dam vond het
allemaal wel erg logisch klinken.
Anneke Oosterhuis denkt dat de mensen
zien waar belangstelling voor is en denken, dat kan ik ook doen.
“Nederlanders zitten in het buitenland ook vaak op het niveau van tulpen,
molens, kaas en appelstroop.” Na het horen van het theoretisch antwoord valt
uit haar woorden op te maken dat mensen uit Vietnam speciale buitenlanders
zijn. De meesten zijn gevlucht in 1975: “Met hun opvattingen - waarbij een
leraar niet veel hoeft te verdienen, maar wel als crème de la crème wordt
gezien - hebben ze het in Nederland goed gedaan”. Zeker de eerste generatie Vietnamezen blijkt een soort wrok naar het oude thuisland te koesteren. Om in
Nederland een nieuw leven op te bouwen hebben zij vooral steun bij zichzelf
gezocht, waarbij eigen cultuurelementen vooral in de mentaliteit (gedragscodes,
inleiding paragraaf 2.3). herkenbaar zijn gebleven. Kees van Tefelen komt
eveneens met het onderscheid tussen de eerste- en tweede generatie
buitenlanders. Hij veronderstelt dat de eersten toch wel gedeeltelijk hun
cultuur behouden, maar dat Festival Mundial vooral voor mensen van de tweede
generatie een opkikker moet zijn: “De tweede generatie geneert zich misschien,
maar als ze de belangstelling zien dan krijgen ze misschien meer zin om
cultuurelementen te (her-)ontwikkelen”. “Een mengsel uit verschillende
muziekstijlen, het (her-)ontwikkelen van muziek en dans, dat denk ik wel”,
zegt Pim van Heijst.
“Naar een restaurant uit Burkina Faso, daar zou ik heen
gaan”, stelt Petra Prins na het zien van al die muzikanten uit dit land
tijdens het festival. Na een confrontatie met de theorie blijkt dat het voor
de Tsjechische Petra Prins niet zo eenvoudig is om zich te oriënteren in de
Nederlandse samenleving, omdat altijd gehinkeld moet worden op het verlangen
naar de eigen identiteit en de noodzaak tot aanpassen. Ze vertelt dat
Nederlanders tolerant zijn en dat buitenlanders over het algemeen goed
worden behandeld, maar dat Nederlanders toch vaak een gevoel bij haar
achterlaten van ‘je moet nog op ons niveau komen’. Kortom, bij de oriëntatie
in de ontvangende samenleving speelt de interpretatie van het beeld wat men
van elkaar heeft mee in de manier waarop men zich uit. Hinkelend of niet?
Michel Ranzijn heeft er zijn twijfels
over, maar denkt na het antwoord uit de literatuur dat de mogelijkheid voor
kopieereffecten bestaat: “Vietnamees restaurant interessant, Somalisch dan
misschien ook. Je weet alleen niet of dat de goede weg is. Parallel aan wat je
ziet. Maar er is natuurlijk nog veel meer dan op Festival Mundial.
Buitenlandse mensen leren veel van elkaar”. Hij neemt aan dat
buitenlanders vooral oriëntatieve kennis en kunde bij de buitenlanders zelf
ontlenen: “De vraag is of dat spreekt voor wat in Nederland kan?”
4.4.2 Door Festival Mundial worden buitenlanders gestimuleerd om
bepaalde cultuurelementen in Nederland te (her-)ontwikkelen, omdat... (enquête-interviews)
Saskia Zondag schrijft dat “zij op die
manier kennis kunnen maken met de openheid van Nederland”. “Omdat ze zien dat Nederlanders zich
best wel geïnteresseerd kunnen opstellen”, aldus Frans de Man. Sally Withward,
die regelmatig in Zuid-Afrika is om groepen te begeleiden, stelt echter wel -
nadat ik haar heb gewezen op de Afrikaanse inrichting van het huis - dat het
afhangt van verschillende zaken buiten Festival Mundial om: ”Stel, er is een grote gemeenschap hier in
Nederland, dan stimuleer je elkaar en zijn er meer mogelijkheden om de oude
cultuur in stand te houden. De liefde voor het geboorteland delen, maar ook
geld is belangrijk”.
4.5 Interactie door culturele help-desk
functie MundialReismarkt
De invloed op kennis en kunde; de interesse voor
bepaalde vakantiebestemmingen
Festival Mundial draagt bij aan het
verlangen van de vakantieganger om te reizen en andere culturen te leren
kennen. Dit komt onder meer door de sfeer, de reuk van het festival, waarbij
de muziek nieuwsgierigheid opwekt en vanwege het feit dat de vakantieganger
met andere culturen geconfronteerd wordt zonder de negatieve kanten van reizen.
Bij ervaren reizigers spelen bovendien gevoelens van herinnering op door de
culturele indrukken, die opnieuw beleefd worden: “We hebben de cultuurverschillen en de entourage
ervaren’’.
De attractie van de presentaties op de
MundialReismarkt wordt door de participerende organisatie in eerste instantie
vooral aan zichzelf toegeschreven: een presentatie over reizen naar een
bepaald land ontvangt vragen over reizen naar dat land. De organisaties zijn
dan ook uitnodigend door attractief te vertellen over de manier waarop ze
reizen organiseren. Opmerkelijk is wel dat sommige organisaties die niet
actief zijn in Afrika – het continent dat de meeste aandacht krijgt tijdens
Festival Mundial – bij vragen over veel bestemmingen ‘nee’ moesten verkopen.
Ook wordt gesproken over ‘juiste’ activiteiten en ‘juiste’ bestemmingen. Het
is daarom aannemelijk te constateren dat de link bestaat tussen de buitenlandse cultuurelementen op Festival Mundial en de vragen naar
bestemmingen en activiteiten op vakantie.
De invloed op het (her-)ontwikkelen van
cultuurelementen
Er kan eveneens gesproken worden over
een link tussen de buitenlanders die in Nederland wonen en de interesse voor
buitenlandse cultuur tijdens Festival Mundial, zo is verondersteld.
Buitenlanders die in Nederland wonen herkennen - door zich te oriënteren tijdens het
festival - de tolerantie en de openheid van de Nederlandse multiculturele
samenleving en kunnen er de brede belangstelling ervaren voor onder meer de
eetcultuur, muziek en dans. Er wordt echter ook gesuggereerd dat de
voornaamste invloed in dienst van het (her-)ontwikkelen van cultuurelementen
uitgaat van andere buitenlanders. Een tweetal respondenten maakt
onderscheid tussen generaties. Aangenomen wordt hierbij dat met
name de tweede generatie zich geïnspireerd zal voelen door de belangstelling
tijdens Festival Mundial voor hun oorspronkelijke cultuur.
Petra Prins legt uit waarom oriëntatie
in de ontvangende samenleving moeilijk kan zijn. Enerzijds moet men zich
aanpassen en anderzijds wil men de oude cultuur - hoe fragmentarisch die dan
ook wordt voortgezet – behouden. De tussenweg omschrijft zij als ‘hinkelen’.
Hinkelen in de omgang met (de oorspronkelijke) cultuur.
Conclusie culturele help-desk functie
De deels, speciaal voor het bestuderen
van interactie tussen Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in
Nederland wonen gecreëerde omgeving - de MundialReismarkt - heeft, zoals al
eerder werd besproken bij de doelstelling van de reismarkt in hoofdstuk drie,
niet het beoogde effect gehad dat beide groepen op die plaats kennis en kunde
over buitenlandse cultuur uitwisselden. Als oorzaak is genoemd dat wellicht
de publiciteit beter had gekund, dat men op dit terrein culturele kennis kon
uitwisselen.
Aan het creëren van een kunstmatige
omgeving waar kennis over buitenlandse cultuur kon worden uitgewisseld, ging
de toenaderingsgedachte van dit onderzoek vooraf, waarin buitenlanders die in
Nederland wonen op deze plaats van het festivalterrein de interesse voor
buitenlandse cultuur van de Nederlandse vakantiegangers zouden kunnen
waarnemen, waardoor de basis voor het (her-)ontwikkelen van cultuurelementen
kon worden gevoed; en Nederlandse vakantiegangers zouden door het contact
met de buitenlanders die in Nederland wonen kennis kunnen opdoen over
buitenlandse cultuur om hiervan later te kunnen genieten tijdens de vakantie
in het buitenland. Dit alles natuurlijk onder de kapstok van Festival Mundial
waar interesse voor cultuurverschillen gekweekt wordt.
Gesuggereerd is dat cultuurverschillen
een drempel vormen in het dagelijks leven om toenadering tot elkaar te vinden
(hier wordt op teruggekomen in hoofdstuk 5). Tijdens Festival Mundial worden
bepaalde drempels om elkaar te ontmoeten weggenomen, waardoor interesse voor
andere culturen en reizen toeneemt. Zo wordt door de respondenten gesproken
over: “het ‘aha-erlebnis’, de angst voor het onbekende die wordt weggenomen,
men nieuwsgierig gemaakt wordt naar andere culturen, dat cultuurverschillen
verdwijnen en dat de horizon verbreed wordt waardoor iedereen de eigen
beperkte levenswijze in twijfel kan trekken”. Kortom naast het feit dat
wellicht de publiciteit voor de MundialReismarkt wat beter had gekund, kan
geconcludeerd worden dat het animeren van contact tussen Nederlandse
vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland wonen niet eenvoudig is,
omdat bepaalde barrières weerstand bieden aan het ontstaan van dit soort
contacten, waarbij bijvoorbeeld informatie over buitenlandse cultuur wordt
uitgewisseld.
Geconcludeerd kan worden dat tijdens
Festival Mundial bepaalde culturele drempels weggenomen worden en dat mede daardoor tijdens de MundialReismarkt de invloed op elkaar lichtjes voelbaar is geweest.
Zo is bijvoorbeeld geconstateerd dat Nederlandse vakantiegangers meer
belangstelling tonen voor bestemmingen in Afrika; en dat buitenlanders die in
Nederland wonen zich konden oriënteren voor het (her-)ontwikkelen
van cultuurelementen: “Het klinkt logisch”.
(pagina 35 van 60 pagina's print-totaal)
HOOFDSTUK 5: UITWISSELEN VAN KENNIS
OVER BUITENLANDSE
CULTUUR via direct contact
5.1 Inleiding
Het vorige hoofdstuk had betrekking op
de artificiële werkelijkheid van de MundialReismarkt, waarbij geconcludeerd is
dat interactie maar in lichte mate plaatsvond tussen buitenlanders die in Nederland wonen en
Nederlandse vakantiegangers, omdat zij elkaar op de reismarkt misschien een
beetje hebben beïnvloed in de omgang met buitenlandse cultuur. Het droombeeld
van de MundialReismarkt, voorafgaand aan het contact met de respondenten, was
natuurlijk dat beide groepen op die plek van het festivalterrein op
overduidelijke wijze culturele kennis zouden uitwisselen. Dit kwam niet zo
uit. Sommige respondenten suggereerden dat sociaal contact misschien eerder
tot stand had gekomen, indien dit idee wat meer publiciteit had gekregen,
daarnaast is ook de aandacht gevestigd op barrières voor cultureel contact.
Deze worden weliswaar door Festival Mundial verminderd, maar het maakt het
contact tussen Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland
wonen zeker geen vanzelfsprekendheid tijdens de MundialReismarkt. De opzet van de reismarkt is in het
kader van dit onderzoek geslaagd, omdat duidelijk is geworden dat de
respondenten zelf het idee van de MundialReismarkt begrepen. Sommigen kwamen
bijvoorbeeld met tips om het idee beter uit te werken, zodat buitenlanders die
in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers misschien een volgende keer
wel aan één tafel kennis over buitenlandse cultuur uitwisselen.
Teneinde tot een algemenere visie over
interactie van buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers te komen, wordt met de respondenten besproken of het
samenkomen - op basis van de gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur
– in de multiculturele samenleving plaatsvindt door middel van direct sociaal
contact: in hoeverre is de interesse voor buitenlandse cultuur een conditie
voor direct sociaal contact tussen buitenlanders die in Nederland wonen en
Nederlandse vakantiegangers, waarbij kennis over buitenlandse cultuur wordt
uitgewisseld?
5.2.1 Sociaal contact met buitenlanders voor de accumulatie van
toeristisch kapitaal (interviews)
Michel Ranzijn denkt dat de Nederlandse
vakantieganger informatie haalt bij de reisorganisatie of de ANWB. Behalve als
je kennissen hebt: “Mijn vrouw is Duitse. En als de mensen dat eenmaal weten,
dan komen er wel veel vragen”. Zelf ontmoet hij de meeste buitenlanders in
het buitenland en ook de organisatie werkt met buitenlandse
contactorganisaties die gewoon daar gebeld worden. Petra Prins is Tsjechische
en maakt met betrekking tot toeristische kennis en kunde hetzelfde mee als
mevrouw Ranzijn: “Als ze je kennen, dan wordt er veel over Tsjechië gevraagd”.
Ze vertelt overigens dat uit hun statistieken blijkt dat 90 % via Nederlandse
familie, vrienden en kennissen komen. “Die gaan soms met bijna een heel
Nederlands dorp naar een dorp in Tsjechië, dat ik voorheen niet eens kende.”
Zelf vragen ze niet veel aan de Tsjechische gemeenschap in Nederland, want
die blijken vaak niet goed meer op de hoogte te zijn. Ze lezen zelf daarom de
krant en er gaan vaak mensen van het bureau terug naar 'huis' en heel veel
informatie komt dus van de pionierende Nederlanders, die in die kleine dorpen
zijn geweest.
Anoushka van Bemmel zegt dat mensen het
meeste leren via mond op mond reclame met Nederlanders: “Familie, vrienden en
kennissen”. Zelf benaderen ze geen buitenlanders. De meeste informatie is
afkomstig uit boeken en van de reisleiders: “Zij zoeken de mogelijkheden uit”.
Carla Scholte denkt ook dat Nederlandse toeristen niet zomaar naar
buitenlanders stappen met reisvragen: “Wel in de vriendenkring, maar voor de
rest put men uit boekjes, de TV en uit wat kennissen zeggen”. Nieuwe reizen
worden bij hun opgezet in samenwerking met organisaties in het buitenland
die bijvoorbeeld excursies organiseren - ook wel ‘agenten’ genoemd - waarbij
nadrukkelijk alle ideeën van de reisleiders worden meegenomen. Dezelfde
werkwijze is herkenbaar bij de andere reisorganisatoren. Bij sommigen komt
zelfs informatie los via drie reisbegeleiders: de eerste voor de praktische
zaken, een lokale gids en ten slotte voor de bezienswaardigheden eentje om de
geheimen van de te bezoeken projecten te onthullen. Ook wijst Pim van Heijst
op de informatiestroom die vrijkomt bij reünies en uit de evaluatieformulieren.
“Sommige van onze reizigers helpen zelfs mee met dia’s.” Hij denkt overigens
wel dat de mensen, zeker na hun reis contact zoeken met buitenlanders uit het
land dat ze op vakantie hebben bezocht. Siebe Snoeren denkt dat ook, maar zou
het toejuichen als het vooraf ook gebeurt: “Wij doen dit zelf nauwelijks. We
willen ons eigen enthousiasme over bijvoorbeeld de gemoedelijkheid en de
spiritualiteit van het Verre Oosten zelf overdragen”.
De meeste reisorganisatoren menen dat
voor de reis vooral boeken, televisie - Discovery - internet en familie en vrienden
de aanduidingen naar de attractie verzorgen. “Logisch, want de Filippino’s zijn al lang hier en daar verandert veel”, zegt Pim van Heijst.
Indien buitenlanders benaderd worden, dan gebeurt dit via ‘het circuit’ rond
tijdschriften of via andere werkgroepen die in Nederland bestaan. “We maken dus
niet echt gebruik van buitenlanders, maar in de praktijk onthoud je toch
bepaalde dingen uit het circuit.”
Kees van Tefelen denkt ook dat er niet
veel Nederlanders toeristisch kapitaal in samenwerking met buitenlanders
ontwikkelen. “De verre reizigers zijn vaak hoog opgeleid en de buitenlanders
niet. Ze zitten niet in elkaars vaarwater.” De meeste schrijvers voor de
achtergrondverhalen vindt de organisatie in de reiswereld bij de reisleiders.
“Vroeger maakten we meer gebruik van mensen uit werkgroepen en nu ook nog wel
van ontwikkelingswerkers, journalisten en bijvoorbeeld antropologen.” Wel
heeft hij heel graag buitenlandse schrijvers en schrijfsters: “Ik was echt
trots op het verhaal over de wortels van de gastvrijheid in Turkije”. Anneke
Oosterhuis: “Veel mensen zijn op vakantie in Turkije geweest, maar ze zoeken
echt niet bij Turken in Nederland naar info”. Eigenlijk benadert ze zelf ook
geen buitenlanders of het moeten buren of kennissen zijn. Vietnamezen zijn
geïnteresseerd en dus gemakkelijk aanspreekbaar vindt Anneke, maar hebben
meestal - zo bleek ook in het vorige hoofdstuk - niet zo veel band meer met
hun land van herkomst. “De Engelstalige Vietnamese krant, Internet,
contactpersonen in Vietnam en als er iemand van ons het land bezoekt. Dat
houdt ons op de hoogte.”
5.2.2
Sociaal contact met buitenlanders voor de accumulatie van
toeristisch kapitaal (enquête-interviews)
Sally Withward denkt dat vooral contact
wordt gezocht als vakantiegangers iemand uit dat land kennen. Haar organisatie
heeft een soort verkeersbureaufunctie op zich genomen en ze weet dat ‘mond op
mond reclame’ het belangrijkst is. Dit naast de verhalen van kennissen en
boeken. Zelf maken ze niet zoveel gebruik van Zuid-Afrikaanse contacten. “Als
ik daar ben vraag ik iedereen de hemd van het lijf. Ben ik in Nederland, dan
houd ik me up-to-date via internet.” Saskia Zondag betwijfelt of het gebeurt,
maar “het zou goed zijn”. De vakantieganger heeft echter andere bronnen
veronderstelt ze. Ook haar organisatie maakt niet echt contact met
buitenlanders die in Nederland wonen. Het is niet nodig, want de
cultuurgerichte kennis en kunde is al in huis te vinden, aangevuld met de
informatie van partners in het buitenland en ex-deelnemers aan de programma’s.
5.3.1
Sociaal contact met Nederlanders (vakantiegangers) voor de accumulatie van
oriëntatieve kennis en kunde die nodig is om cultuurelementen in Nederland te (her-)ontwikkelen
(interviews)
Bij sommige organisaties worden
buitenlanders benaderd om bepaalde (her-)ontwikkelde cultuurelementen als
dans en muziek te demonstreren en soms komt het contact met een muziekgroep
tot stand via familiecontacten. Buitenlandse dansgroepen melden zich over het
algemeen ook niet vanzelf aan, al vindt G.J. van Dam het wel een leuk idee om
zoiets te doen op een informatieavond. Siebe Snoeren heeft er over gedacht om
folkloristische gezelschappen te benaderen bij de organisatie van de - van het
Amsterdamse Tropeninstituut overgenomen - ‘reizigers informeren reizigers’
dagen. Dat bleek echter behoorlijk kostbaar. Het Medisch Comité Nederland
Vietnam heeft bij de festiviteiten in
het kader van 25 jaar MCNV een Vietnamese popgroep uit Nederland gevraagd
en die zijn gekomen, evenals een Vietnamese hoofddocent van het
conservatorium in Parijs.
Michel Ranzijn probeert zijn
belangstelling voor buitenlanders die in Nederland wonen te laten zien, maar
vindt dat buitenlanders soms ook wat moeilijk te benaderen zijn. Op zich ziet
hij wel wat in de organisatie van ‘Buitenlanders informeren Reizigers’, als
variant op ‘Reizigers informeren Reizigers’, waarbij buitenlanders dan de
rol van ervaren reizigers zouden overnemen om mensen te informeren over een
bepaalde cultuurreis. Kees van Tefelen moedigt buitenlanders aan te schrijven in de boekwerkjes en zij reageren daar ook op. Veel Tsjechen en
Slowaken zoeken contact met het Tsjechisch Centrum. Dit centrum heeft behalve
een toeristische functie natuurlijk ook betekenis voor de gemeenschap Tsjechen
(en Slowaken) die in Nederland woont. Een bekend contact voor de organisatie
is de door Nederlanders opgerichte ‘Vereniging van Vrienden van Tsjechië en
Slowakije’. Eveneens worden veel in Nederland woonachtige Tsjechen
uitgenodigd voor evenementen als Tsjech Press Photo in de Aula van het World
Trade Centre in Amsterdam. Vaak worden artiesten en auteurs ontvangen, maar
die wonen dan over het algemeen niet in Nederland.
5.3.2 Sociaal contact met Nederlanders (vakantiegangers) voor de
accumulatie van oriëntatieve kennis en kunde die nodig is om cultuurelementen
in Nederland te (her-)ontwikkelen (enquête-interviews)
“Heel zelden bij
voorlichtingsbijeenkomsten”, schrijft Saskia Zondag, presenteren buitenlanders
demonstraties of werkzaamheden die passen bij de organisatie. Zelf benaderen
ze tot dusverre geen buitenlanders. Ook bij de Zuid-Afrika specialist kloppen
geen Zuid-Afrikanen aan de deur, maar er is wel over gedacht om een bepaald
folkloristisch geheel aan te trekken. Wat afschrikt, is dat het nogal kostbaar
is.
5.4.1
Arbeid: via uitwisseling van culturele kennis met
buitenlanders die in Nederland wonen (interviews)
Er werkt bij de organisatie één
Surinamer als allround reisleider. Carla Scholte vertelt dat het heel
belangrijk is aan de Nederlandse gasten te denken, “die willen ook
gezelligheid”. Ze hoeven niet persé van alles de hele dag door over een land
te weten. Die mening is gebaseerd op ervaring, want Carla is zelf
reisleider geweest in onder meer Syrië en Jordanië waar soms de hele dag
een gids meeging, die maar bleef doorpraten over cultuur. Weer bij een andere
organisatie werkt helemaal geen buitenlander die in Nederland woont, want bij
hun: “Moet je een langere periode in het buitenland gewoond hebben, kennis
hebben over ontwikkelingssamenwerking en over toerisme”.
G.J. van Dam vertelt dat er een
jongen met een Franse achtergrond werkt. Toen er tijdens het interview ineens
een Indische voorbijwandelde, keken we elkaar aan en ging het gesprek over op de
bedrijfscultuur. “Er zijn twee uitgangspunten. De ene reisorganisatie - zoals
de onze die al twintig jaar bestaat - wil de eigen reiservaring overdragen.
Wat ooit in de Sahara begon is uitgebreid, maar we willen de mensen dezelfde
dingen als toen laten ontdekken. Zelf toeristisch kapitaal laten accumuleren,
zonder te veel franje. Andere - vaak jonge - organisaties van buitenlanders
die in Nederland wonen richten zich op hun manier op een bepaald land.” Net
als door Carla Scholte wordt erop gewezen, dat het voornaamste is de
reiscultuur van de Nederlandse vakantiegangers te begrijpen. Siebe Snoeren
vertelt dat buitenlanders op kantoor geen probleem zijn, maar hij acht de
kans dat ze als reisleider kunnen werken klein. Er is namelijk een extra
risico aan die positie verbonden, zo wordt erop gewezen dat “wanneer ze in hun
geboorteland terugkeren, het te voorkomen risico op conflicten ontstaat met zowel
de landgenoten als met de toeristen: de landgenoten azen bij de reisleider op
de klanten en de reizigers willen zich geen lokaas voelen. De reisbegeleider
moet opkomen voor de belangen van de groep, goed weten hoe een land
functioneert - dus meer sociaal dan deskundig zijn - en enthousiasme kunnen
overdragen. Je moet als Westerling kunnen denken en afdingen, dat is voor
iemand die naar het land van herkomst teruggaat niet eenvoudig”.
Het Medisch Comité Nederland Vietnam
heeft geen mensen uit Vietnam in dienst, hoewel er de laatste tijd dus wel
steeds meer ‘jonge’ belangstelling is van de 2e generatie. Anoushka
van Bemmel vertelt dat, “het meeste contact direct via de fax naar
postkantoortjes met de reisleiders ter plaatse gaat, die ook weer overleggen
met reisleiders ginds”. De kennis en kunde van de reisleiders wordt heel
belangrijk gevonden. Er werkt een Hindoestaanse, die de administratie
verzorgt en ook een Chinese. “Spreekt zij Chinees?”
“Ik geloof van wel.”
Michel Ranzijn vindt het altijd een eer
om over je land te praten en hij zegt dat buitenlanders regelmatig
vrijwillig iets over hun land vertellen bij de organisatie of er komen
buitenlanders die in Nederland wonen en contactpersoon willen worden. Hun contactpersonen wonen
echter zelf al in het
buitenland. “Het kamperen bij de ecoboer is zo georganiseerd dat je de cultuur van de
mensen ter plekke vanzelf leert kennen.” Het ecologische staat voorop, zodat
de medewerkers vooral geselecteerd worden vanuit die invalshoek. Voor het
schrijven van de ‘Te gast in’ boekjes wordt, zoals eerder gezegd, contact
gezocht met buitenlanders, maar het nadeel is dat de inside-stories vaak te
bewerkelijk zijn, want de schrijvende buitenlanders moeten hoog opgeleid zijn
om te kunnen analyseren en hebben vaak moeite om zich te verplaatsen in de
Nederlandse vakantiegangers: “Ze blijken vaak de neiging te hebben alleen over
hun levensverhaal, of over de ‘bedenkelijke’ politieke situatie, te willen
schrijven”. Uiteindelijk zijn het vooral de Belgen die veel voor de organisatie
doen,
maar dat is bovenal vanwege hun zeer geliefde schrijfstijl. Bij het Tsjechisch
Centrum werken allemaal mensen uit het tegenwoordige Tsjechië. Het zou
echter ook goed voorstelbaar zijn dat daar Nederlanders zouden werken, aangezien die
organisatie veel toeristische informatie van Nederlandse vakantiegangers
ontvangt.
5.4.2
Arbeid: via uitwisseling van culturele kennis met buitenlanders die in
Nederland wonen (enquête-interviews)
Alle medewerkers hebben zelf
deelgenomen aan een internationaal werk, studie, au pair of
uitwisselingsprogramma, dat is het criterium waar het bij Saskia Zondag om
gaat. Sally Withward heeft Zuid-Afrikaanse collega’s en de anderen die er
werken hebben veel gereisd. “Het belangrijkste is het enthousiasme voor het
land. Je hart moet er liggen. Als ik uit Zuid-Afrika terugkom spreek ik met
een sterk accent en moet soms naar woorden zoeken. Je merkt dan dat sommige
mensen dat interessant vinden en anderen geïrriteerd worden”. Het maakt dus
niet uit of je buitenlands bent of niet, zou je hieruit kunnen afleiden, maar
het belangrijkste is: “Je moet kennis hebben en enthousiast zijn voor je land
en je kunnen verplaatsen in de klant”.
5.5 Conclusies uitwisselen kennis over buitenlandse
cultuur
In hoofdstuk vier is geconcludeerd dat
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers de
interesse voor buitenlandse cultuur lichtjes bij elkaar waarnemen. Echt spontaan contact met elkaar zoeken om samen
de kennis en kunde over buitenlandse cultuur te bespreken zagen de
respondenten niet snel gebeuren. Dan moest er allereerst meer publiciteit aan
de MundialReismarkt worden gegeven, liefst ondersteund door extra
activiteiten als workshops bijvoorbeeld. Uit de aanwijzingen van de
respondenten valt op te maken dat bepaalde drempels interactie beperken,
waardoor beide groepen geen toenadering zoeken op basis van de
gemeenschappelijke interesse voor buitenlandse cultuur. Ook in dit hoofdstuk
komt naar voren dat de andere groep ‘soms moeilijk te benaderen is’ om te
informeren over buitenlandse cultuur.
Na het bespreken van wat gebeurde in het
laboratorium van de MundialReismarkt gaat dit hoofdstuk in op het dagelijks
leven. Er wordt doorgevraagd of de interesse voor buitenlandse cultuur leidt tot
interactie. Al snel
wordt duidelijk dat culturele kennis en kunde hieromtrent inderdaad via
direct contact wordt uitgewisseld. Dit wordt echter niet geconditioneerd door
het gemeenschappelijk belang van buitenlandse cultuur, maar
door een mix van belangen, die resulteert in het ontstaan van de hoekstenen van de
samenleving waar mensen elkaar ontmoeten.
Uit de indicaties van de
respondenten valt af te leiden dat direct sociaal contact tussen
buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers – waarbij
kennis en kunde over buitenlandse cultuur uitgewisseld – het meest
waarschijnlijk is rond een aantal ‘hoekstenen van de samenleving’:
* in de sfeer van familie en kennissen;
* tijdens werk, school, verenigingsleven (hierbij kan ook
gedacht worden aan bijvoorbeeld samen sporten, schilderen of naar de yoga) en het
sociale netwerk dat daarmee samenhangt. In dit hoofdstuk bleek bijvoorbeeld
dat informatie blijft hangen afkomstig uit 'circuits' rond het maken van
cultuurgerichte tijdschriften of
via contact met andere werkgroepen die in Nederland bestaan;
* en direct sociaal contact kan ook
ontstaan tijdens evenementen als Festival Mundial, waaraan het idee ten
grondslag ligt dat institutionele ondersteuning kan bijdragen aan het bij
elkaar brengen van mensen met een verschillende culturele achtergrond.
Gezien het voorgaande kan begrepen worden, waarom het
belang van de hoekstenen van de samenleving bij integratievraagstukken zoveel
aandacht krijgt binnen de politiek. Aan de andere kant hoeft het echter niet
zo te zijn dat iedereen die zich in de hoekstenen ophoudt op dit moment
contacten heeft met de ‘Nederlandse vakantieganger’ en
‘buitenlander die in Nederland woont’, zodat het effect van de hoekstenen om
toenadering te bewerkstelligen beperkt zal zijn. Kortom de informatiestroom
waarbij kennis over buitenlandse cultuur wordt uitgewisseld vindt plaats rond
een aantal hoekstenen van de samenleving, maar niet door de hoekstenen van de
samenleving. Stel dat de internetgemeenschap wordt gezien als een moderne
nieuwe hoeksteen voor ontmoeting, dan houdt ook hier de inhoud van het gesprek
- de uitwisseling van informatie - af van de contacten. Een hoeksteen kan
nuchter bekeken dus net zo goed verdelend werken tussen groepen, terwijl deze
terecht ook als hulpmiddel wordt gezien om mensen dichter bij elkaar te
brengen.
Tradities, als belemmerende factor
voor veronderstelde interactie
Het ‘gemeenschappelijk belang
van buitenlandse cultuur’ blijkt in zijn algemeenheid geen conditie van
betekenis te zijn voor sociaal contact tussen buitenlanders die in Nederland
wonen en Nederlandse vakantiegangers. De tradities in omgang met buitenlandse
cultuur van beide groepen zijn verschillend, wat er toe leidt dat twee afzonderlijke
werelden in omgang met buitenlandse cultuur te signaleren zijn. Dit valt af te leiden uit de reacties van de respondenten die er op wijzen dat de andere groep
soms moeilijk benaderbaar is, het kostbaar kan zijn, dat er angst bestaat voor het onbekende en dat
bijvoorbeeld met wat hulp – als door institutionele (hoekstenen) ondersteuning –
cultuurverschillen naar de achtergrond geraken en de beperkingen van de
eigen leefwereld kunnen worden gezien, zodat eerder toenadering wordt
gevonden tot de omgang met buitenlandse cultuur van de andere groep.
Dit veronderstelde contact was in dit onderzoek theoretisch opportuun voor beide groepen, omdat een win-win situatie zou ontstaan, waarbij
de Nederlandse vakantiegangers bijleren over buitenlandse
cultuur en buitenlanders die in Nederland wonen over het (her-)ontwikkelen van cultuurelementen.
De gemaakte
uitzondering op de regel, waarbij buitenlandse cultuur wel (mede) de conditie vormt voor
interactie, ontstaat bij een nieuwsgierige enkeling en dan vooral nadat contact met elkaars
leefwereld in omgang met buitenlandse cultuur is geweest. Zo is
gesuggereerd dat de Nederlandse vakantieganger die de buitenlandse cultuur
heeft ervaren op vakantie mogelijk wel eerder contact zal zoeken met de oorspronkelijke
cultuur van de buitenlander die in Nederland woont. Om tot een concreet beeld te komen
van de veronderstelde interactie door uitwisseling van kennis over
buitenlandse cultuur, waarbij inmiddels het inzicht is ontstaan dat een
evident aanwezige drempel toenadering in de weg staat, is gevraagd naar het
uitwisselen van kennis en kunde over buitenlandse cultuur via sociaal contact
op de arbeidsvloer, dat wil zeggen: kan een buitenlander die in Nederland
woont de kennis over buitenlandse cultuur aanwenden bij organisatie die
handelt in de geest van de Nederlandse vakantiepraktijk; en kan een
Nederlander (Nederlandse vakantieganger) de opgedane kennis over buitenlandse
cultuur aanwenden bij een organisatie die buitenlandse cultuurelementen in
Nederland (her-)ontwikkelt? Door deze vragen worden de kenmerken van de
tradities duidelijk en ontstaat inzicht in de aard van de drempel tot
toenadering.
Tradities ontstaan met de jaren
Het evident aanwezige contrast
tussen de leefwerelden wordt gevoed door een
groepseigen (bedrijfs-)cultuur van omgang met
buitenlandse cultuur. Deze bindt de groep, compleet met richtlijnen voor
het werven van kennis en kunde (bijvoorbeeld opleiding, werkervaring en de
actualiteit van de kennis over buitenlandse cultuur); en ideeën over
loyaliteit met betrekking tot de omgang met buitenlandse
cultuur, wat een bij de omgang met buitenlandse cultuur passende vorm van ‘enthousiasme’ verlangt. Daarnaast wordt kennis
afkomstig uit de andere
traditie als kostbaar ervaren: allereerst
is te veronderstellen dat het leggen van contact met de andere groep om kennis
over buitenlandse cultuur uit te wisselen een investering verlangt die
mogelijk ten koste gaat van de begroting die in dienst staat van het
reproduceren van de eigen traditie. En voorts is aangeduid dat het rendement
onzeker is. Er wordt gewezen op het risico dat de vertaalslag van de ene naar
de andere traditie tot complicaties kan leiden, zodat het ontmoeten van de
ander eerder als complicerend dan als traditieverrijkend kan worden beschouwd.
De kostenpost kan bestaan uit eenvoudige misverstanden, maar er dient ook
rekening te worden gehouden met complexe
loyaliteitsconflicten, waardoor uiteindelijk naast zorgen ook kosten kunnen
ontstaan die voorkomen hadden kunnen worden door bij de bekende
groepsgebonden omgang met buitenlandse cultuur te blijven.
Buitenlanders die in
Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers zijn loyaal aan de eigen
traditie van omgang met buitenlandse cultuur, waarbij in dit onderzoek een duidelijk contrast
tussen deze twee groepen waarneembaar is geworden.
De tradities in omgang met buitenlandse cultuur blijken
diepgeworteld en herkenbaar aan verankerde fragmenten van
interesse voor buitenlandse cultuur. Het contrast tussen beide groepen is
herkenbaar in:
*
De ‘buitenlanders die in Nederland wonen traditie’ is gericht op fragmenten
uit de oorspronkelijke cultuur die in Nederland kunnen
worden behouden. Het vertrouwde.
* De ‘Nederlandse vakantiegangers
traditie’ is gericht op fragmenten uit de buitenlandse cultuur die ontdekt kunnen worden.
De bijzonderheden van de buitenlandse cultuur.
Als kanttekening bij de slotvraag – werkt bij uw organisatie personeel met wortels in het
buitenland die in zekere zin gebruik maken van hun toeristisch kapitaal? – kan worden vermeld dat het consequenter zou zijn geweest
om in dienst van de eindconclusie ook volgende vraag te stellen:
Heeft u gewerkt – of wil
u werken – bij een buitenlandse organisatie in Nederland die cultuurelementen (her-)ontwikkelt, omdat daar de oriëntatieve kennis
kan worden uitgebreid door uw kennis en kunde over buitenlandse cultuur?
Via deze vraag zou het beeld over het
verschil in tradities namelijk completer worden belicht. Ter verdediging: die
voor de hand liggende wedervraag (immers de meeste respondenten waren
Nederlanders die best een functie bij een buitenlandse organisatie zouden
kunnen ambiëren) kwam ook in die tijd na het interview niet opgeborreld. Het
is aannemelijk te veronderstellen dat men na het gesprek, of na het invullen
van het enquête-interview, tot de conclusie kwam twee leefwerelden te hebben
ontdekt in omgang met buitenlandse cultuur, die elkaar niet bijten of
aantrekken.
(pagina 41 van 60 pagina's print-totaal)
HOOFDSTUK 6:
TOENADERING
Tradities in omgang met buitenlandse
cultuur kunnen als oorzaak worden gezien voor het ontstaan van twee
leefwerelden die buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers verdelen. In feite duidden de
aanwijzingen van de respondenten er op dat de probleemstelling -
In hoeverre is het gemeenschappelijk
belang van buitenlandse cultuur voor Nederlandse vakantiegangers en
buitenlanders die in Nederland wonen - dat zich bij de vakantiegangers uit in
de interesse voor cultuur in het buitenland en bij buitenlanders in Nederland in de
interesse voor de oorspronkelijke cultuur - een conditie voor
toenadering tussen beide groepen
- omgevormd kan worden
naar volgende stelling:
|
De
traditiegebonden omgang met buitenlandse cultuur – te omschrijven
als ‘de buitenlanders die in Nederland wonen traditie’ en de
'Nederlandse vakantiegangers traditie' – zorgt ervoor dat het
gemeenschappelijk belang van buitenlandse cultuur geen conditie van
betekenis is voor toenadering tussen buitenlanders die in Nederland wonen
en Nederlandse vakantiegangers.
|
De veronderstelling, dat interactie tussen beide groepen zou plaats vinden op basis van de gezamenlijke interesse
voor buitenlandse cultuur, waarbij kennis en kunde hierover wordt
uitgewisseld, wordt in het onderzoek tegengesproken. Dit ondanks dat deze
gedachte theoretisch te verantwoorden is, want sociaal contact zou zonder
meer een win-win situatie kunnen opleveren. Via het zoeken van contact met
elkaar - en hierbij gebruikmakend van elkaars kennis over buitenlandse
cultuur - zou bijvoorbeeld de oriëntatie in de
Nederlandse samenleving door buitenlanders die in Nederland wonen ten bate van het (her-)ontwikkelen van
cultuurelementen kunnen worden verbeterd en zouden Nederlandse
vakantiegangers ook meer kennis kunnen opdoen over buitenlandse cultuur. Dit is
opportuun voor beide groepen immers (zie eventueel hoofdstuk twee):
- het streven naar authenticiteit (beleving van authentieke
cultuur) is prominent aanwezig
binnen de keur aan reismotieven die een vakantieganger kan bezitten; en
- in het algemeen bestaat de behoefte
bij de buitenlander die in Nederland woont om bepaalde elementen uit de
oorspronkelijke cultuur te blijven behouden.
De uitdaging van dit afstudeerwerkstuk
was er in gelegen om andere relaties aan het licht te brengen dan de lineaire
relatie tussen interesse voor buitenlandse cultuur en de groepsgebonden
praktijk, die zich bij buitenlanders die in Nederland wonen uit in het
(her-)ontwikkelen van cultuurelementen en bij Nederlandse vakantiegangers in
het beleven van buitenlandse cultuur op vakantie. De gedachte dat er meer te
koop is in de wereld dan ‘reizigers informeren reizigers’ en ‘buitenlanders
informeren buitenlanders’ is echter in de praktijk minder prominent aanwezig
dan gedacht.
|
De aanwijzingen in dit
afstudeerwerkstuk duiden erop dat gesteld kan worden dat buitenlanders
die in Nederland wonen en Nederlandse vakantiegangers wat betreft de
omgang met buitenlandse cultuur samenleven in een situatie die kan worden
omschreven als ‘stabilized pluralism’, waarbij beide groepen op autonome
wijze hun eigen traditie reproduceren.
|
Het is aannemelijk dat beide groepen de interesse voor
buitenlandse cultuur bij elkaar waarnemen en ook de verschillende omgang met die gezamenlijke interesse
bij elkaar herkennen. De
constatering dat er geen interactie plaatsvindt wil niet zeggen dat de
tradities in omgang met buitenlandse cultuur van elkaar afwijken, in de zin
dat men zich afzet in een soort reactie tegen het overnemen van vreemde
cultuurelementen. De ontstane contrastrijke situatie is veel eerder te baseren op
de historie achter de tradities, die zich kenmerkt door jarenlange
groepsgebonden omgang met de interesse voor
buitenlandse cultuur.
|
De gezamenlijke interesse voor
buitenlandse cultuur uit zich in twee verschillende tradities: De ‘buitenlanders die in Nederland wonen traditie’: is gericht op fragmenten
uit de oorspronkelijke cultuur die in Nederland kunnen
worden behouden. Het vertrouwde.
De ‘Nederlandse vakantiegangers
traditie’ is gericht op fragmenten uit de buitenlandse cultuur die ontdekt kunnen worden.
De bijzonderheden van de buitenlandse cultuur.
|
Het contrast in omgang met buitenlandse
cultuur wordt gevoed door een soort bedrijfscultuur die ontstaat in lijn van
de traditie. Hierdoor wordt het groepsgebonden handelen gestuurd, compleet met
richtlijnen voor bijvoorbeeld onderwijs, actualiteit van de kennis en ervaring
om aan de eigen omgang met buitenlandse cultuur te kunnen voldoen. Ondanks dat
de tradities in omgang met buitenlandse cultuur zo zijn gevormd met de jaren
is het toch opvallend dat de leefwerelden zo krachtig en gescheiden schijnen.
Verbazingwekkend, want de interesse beperkt zich slechts tot fragmenten van
buitenlandse cultuur, waarbij het aannemelijk is dat plezier en ontspanning
medebepalende motieven zijn voor het handelen van beide groepen.
In dit onderzoek blijkt dat de strikt lineaire
omgang met de interesse voor buitenlandse cultuur in elk geval wel kan worden verlaten
uit nieuwsgierigheid.
Deze kans van uitzondering op de regel neemt verder toe indien er al contact met de leefwereld van de andere groep is ontstaan.
Herkenbaar bijvoorbeeld, wanneer:
* de Nederlandse
vakantieganger zich interesseert voor de oorspronkelijke cultuur van de
buitenlander, nadat een bezoek is gebracht aan het land van herkomst van deze buitenlander die in Nederland woont,
of wanneer:
*
de buitenlander die in
Nederland woont een nieuw land met een andere cultuur ontdekt, door een
vakantie geheel of deels te organiseren via de Nederlandse vakantiegangertraditie.
Deze, mede door de interesse voor buitenlandse
cultuur geconditioneerde, interactie tussen leden van beide groepen wordt in de
case-studie met enige regelmaat gemotiveerd door te wijzen op 'het horizon verbreden
en eerder contact met elkaar zoeken' pas nadat een reis is gemaakt.
In hoofdstuk 5 is duidelijk geworden dat
ontmoeting - met wisselwerking van kennis over buitenlandse cultuur - bovenal
plaatsvindt via sociaal contact dat samenhangt met het bestaan van hoekstenen van de
samenleving als huishouden, wonen, werk en verenigingsleven. In de inleiding
van hoofdstuk 1 is beschreven wanneer interactie naar verwachting positieve
waardering voor elkaar genereert en deze hoekstenen
kunnen de omstandigheden bieden waardoor buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers aangemoedigd worden groepsgebonden kennis en kunde te
socialiseren. Het contact
vindt in deze situaties kennelijk eerder plaats op vertrouwelijke basis en in open communicatie,
waardoor negatieve en stereotype beeldvorming doorbroken wordt. Tradities in
omgang met buitenlandse cultuur worden dan ontdaan van hun
beschermende groepsgebonden mantel en het contrast verdwijnt naar de
achtergrond waardoor gesproken kan worden over een gunstig klimaat voor toenadering. Bij het ontstaan van
interactie waarbij kennis over buitenlandse cultuur wordt uitgewisseld is het dus niet
de gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur die primair bindmiddel is, maar
veeleer de ontmoetingssituatie zelf die onderwerpen bespreekbaar en informatie
uitwisselbaar maakt.
|
Wisselwerking met betrekking tot de gezamenlijke interesse voor
buitenlandse cultuur vindt plaats rondom de hoekstenen van de samenleving
- waar vertrouwelijk contact met elkaar ontstaat - maar niet per definitie
door de hoekstenen van de samenleving. Het is immers van de constructie
van de hoekstenen afhankelijk of buitenlanders die in Nederland wonen en
Nederlandse vakantiegangers elkaar daar ontmoeten. Bij ontmoeting leidt
het contact eerder tot het bespreekbaar maken van de diverse tradities in
omgang met buitenlandse cultuur.
In het algemeen gesproken:
Nederlandse vakantiegangers en buitenlanders die in Nederland wonen zoeken
kennelijk eerder toenadering tot elkaar op basis van het samenzijn (de
ontmoetingsplaats waar vertrouwelijk contact mogelijk is en open
communicatie) dan op basis van de gezamenlijke interesse voor buitenlandse
cultuur.
Deze studie heeft een exploratief
karakter en dient te worden gezien als een stap om onderzoeksterrein –
interactie tussen groepen binnen de multiculturele samenleving op basis
van overeenkomsten in interesse – te verkennen. Wat betreft de
gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur is duidelijk geworden,
dat er weinig aanleiding is te veronderstellen dat beide groepen puur op basis
hiervan toenadering tot elkaar zoeken.
|
Vanaf het prilste
literatuuronderzoek in 1995 bestond bij het maken van dit afstudeerwerkstuk de
ambitie een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de samenleving door met
een pakkend voorbeeld, het vaakgeschetste beeld van tweedeling (allochtoon
versus autochtoon) te nuanceren. In dit kader leidde de case-studie van het
onderzoek tot de verrassende conclusie dat buitenlanders die in Nederland
wonen en Nederlandse vakantiegangers geen contact, althans niet automatisch,
met elkaar zoeken om
kennis over buitenlandse cultuur uit te wisselen. Verrassend, omdat
veronderstelbaar is dat beide groepen baat hebben bij elkaars kennis over
culturen.
Cultuur ontdekken versus cultuur
behouden. Een onderscheid in omgang met de interesse voor buitenlandse cultuur is herkenbaar,
dat overigens bij beide groepen voort kan komen uit eenzelfde motivatiemix als
de wens te ontspannen, zich verder te bekwamen in cultuur of zich sociaal te
onderscheiden en wellicht ook als reactie op bepaalde maatschappelijke
ontwikkelingen als individualisering en globalisering. De fragmentarische kennis
- die bij de één meer gericht op cultuur ontdekken, terwijl het bij de ander
juist draait om het behoud van cultuurelementen uit de oorspronkelijke
cultuur - heeft met de jaren geleid tot het ontstaan van twee krachtige
tradities in omgang met buitenlandse cultuur.
Uit het onderzoek blijkt dat de kans op
toenadering tussen buitenlanders die in Nederland wonen en Nederlandse
vakantiegangers toeneemt indien nieuwsgierigheid tot een eerste contact heeft
geleid. Bovenal komt dit contact echter tot stand door een samenkomst tijdens
huishouden, werk, school of verenigingsleven die helemaal niet hoeft te worden
veroorzaakt door een gezamenlijke interesse voor buitenlandse cultuur. Rondom
deze hoekstenen blijkt de traditionele omgang met buitenlandse cultuur geen
obstakel van betekenis om de groepsgebonden fragmentarische kennis over
buitenlandse cultuur uit te wisselen en met elkaar te bespreken. Kortom, alles
wijst erop dat vooral de ontmoetingssituatie - de mogelijkheid daar te geraken
en de rol die men als individu bij een ontmoeting kan spelen - alle aandacht
verdient om het beeld van tweedeling in de samenleving te helpen verbeteren in
de richting van een nieuw beeld, waarbij nader tot elkaars leefwerelden wordt
gekomen.
(pagina 44 van 60 pagina's print-totaal)
Literatuurlijst:
. 1a: Eerste
citaat is uit de
Volkskrant van donderdag 10 juli 1997
1.
Literatuur acculturatie komt uit: H.B.
Entzinger, P.J.J. Stijnen, Etnische minderheden in
Nederland,
Boom/Open universiteit, 1990, p.13.
.
Idem,
p.220,
Etnische minderheden in Nederland
.
.
Idem,
p.119, Etnische minderheden in Nederland
.
.
Idem, p.220, Etnische minderheden in Nederland
.
.
Bron: Ministerie van Justitie, Bevolkingsvraagstukken i Nederland anno
1994, Nidi.
. H. van der poel (1993) De structuratietheorie: een
handelingstheoretisch kader voor de studie van de
vrijetijd. Tilburg: KUB/VTW, p.11.
.
H.B. Entzinger,
P.J.J. Stijnen, Etnische minderheden in Nederland,
Boom/Open universiteit, 1990, p.13.
. Onderzoekspracticum Vrijetijdswetenschappen, 'Spreekt
duurzaam toerisme tot de verbeelding?',
KUB/VTW,
1996.
. Dictaat 'Touroperating
1991' Van Eijken (NHTV, Breda)
. E. Cohen, 'Authenticity and commodification in tourism', In:
Annals of Tourism Research, 15(1),
pp. 373, 1988.
.
E. Cohen, 'Authenticity and commodification in tourism', In:
Annals of Tourism Research, 15(1),
pp.
373, 1988.
.
H. Dahles en A. Lange, 'Veel vaker en vooral verder weg',
In:
Onderzoeken in het kader van 25 jaar vakantiebeurs, Koninklijke
Nederlandse Jaarbeurs,
Utrecht, december 1994,
p.6-26.
[14].
N. Leiper, 'Tourist Attraction Systems', In: Annals of
Tourism Research, 17,
1990, pp. 371.
[15].
A. Lew, 'A Framework of Tourist Attrractions Research', In:
Annals of Tourism
Research, 14,
1987, pp. 553-575.
[16].
N. Leiper, 'Tourist Attraction Systems', In: Annals of
Tourism Research, 17,
1990, pp. 381.
.
T. Scitovsky, 'The demand for excitement in Modern Socie
ty', pp. 55-58,
Reader: Economic Aspects of Leisure, KUB/VTW,
Chris Gratton 1993.
. Tessa van der Sluis, 'Culturele
verschillen in intellgentie,
stressbeleving en stresshantering bij
autochtone
en
allochtone basisschoolleerlingen', afstudeeronderzoek,
KUB, Afstudeerrichting
Kinder- en Jeugdpsychologie, 1996, p.16.
.
C.F Goossens, 'Anticiperen op de vrijetijdsbeleving', Tilburg: KUB/VTW,
1993, p.15.
.
C.F. Goossens, 'Reclame voor hedonistische consumptie:
Informatieverwerking, emotie en gedrag.',
Tilburg: KUB/VTW,
1993, p.26.
.
Aantekeningen bij het moduul Sociologie van de Vrije Tijd, gedoceerd
door Sybille van Hoof, docente
NHTV.
Ze besteedde veel
aandacht aan de theorieën van onder
meer
Pierre Bourdieu, o.a. auteur van:
- 1971
La reproduction
- 1979 - La
distinction. Critique sociale du jugement.
.
In januari 1992 ben ik geslaagd aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en
Verkeer in Breda. In 1991
kwamen
de reiscomponenten onder andere ter sprake bij het vak Touroperating;
de
reisdomeinen tijdens het moduul Vrijetijdsmanagement 1 (: verzorgd door Jan
Kop en Diane Nijs).
.
Klaus Finger, Brigitte Gayler, Heinz Hahn,
Animation im Urlaub,
Studienkries fÜr Tourismus e.v.,
Starnberg 1975.
. E. Cohen, 'Authenticity and commodification in tourism', In: Annals of Tourism Research,
15(1), pp. 373, 1988.
.
D. MacCannell, Staged Authenticity: Arrangements of
Social Space in Tourist Settings,
In:
American Journal of
Sociology, 3, pp 589-603, 1973.
. J. Urry, 'Tourism, Travel and the Modern Subject', In:
Vrijetijd en Samenleving,
3/4, 1991, pp.90.
. David Howes,
‘Cross-cultural consumption: global markets
local realities’,
Routledge, Londen, 1996, p.6.
.
Paul Theroux, De gelukkige eilanden, Atlas, Amsterdam / Antwerpen,
eerste druk 1992, p. 606.
.
E. Cohen, 'A phenomenology of tourist experiences', In: Sociology,
1979, vol. 13, no. 2, p. 197.
. John Urry,
The Tourist Gaze: leisure and travel in contemporary societies, SAGE, Londen, 1990, p.7.
.
Hoorcollege 'Reizen in de Moderniteit', week 45, 7 november 1994.
.
E. Cohen, 'A phenomenology of tourist experiences', In: Sociology,
1979, vol. 13, no. 2, p. 179-201.
.
E. Cohen, 'The sociology of tourism: Approaches, Issues, and
findings',
In: Annual Review of Sociology, 1984, vol. 10, p
378.
.
E. Cohen, 'A phenomenology of tourist experiences', In: Sociology,
1979, vol. 13, no. 2, p. 179-201.
.
Menno Hekker, ‘Minahassers in Indonesië en
Nederland
migratie en
cultuurverandering’,
academisch proefschrift, Universiteit van
Amsterdam, 1993, p.22.
|